Belastingkrediet voor lage activiteitsinkomens: nu ook voor zelfstandigen die forfaitair belast worden

Vanaf het aanslagjaar 2017 zullen ook de belastingplichtigen die forfaitair belast worden (vooral kleinere zelfstandigen), kunnen genieten van het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomens.

Belastingplichtigen met een laag activiteitsinkomen kunnen in de personenbelasting genieten van een belastingkrediet (art. 289ter, WIB 1992).
Tot nog toe kunnen ?belastingplichtigen die winst of baten hebben verkregen die zijn vastgesteld volgens forfaitaire grondslagen van aanslag? echter niet van dit belastingkrediet genieten.

Een wet van 3 augustus 2016 beperkt deze uitsluiting vanaf het aanslagjaar 2017 nu tot ?belastingplichtigen voor wie de belastbare winst of baten bij toepassing van artikel 342, § 3, WIB 199 worden bepaald? (wijziging art. 289ter, § 1, derde lid, WIB 1992, art. 2, wet van 3 augustus 2016).
Dit zijn de belastingplichtigen die omwille van niet-aangifte of laattijdige aangifte belast worden op een forfaitaire minimumwinst of -baat.

Vanaf het aanslagjaar 2017 zullen dus ook de belastingplichtigen die forfaitair worden belast, kunnen genieten van het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten.
Zelfstandigen met een laag activiteitsinkomen tussen de 5.010 euro en de 21.720 euro zullen dan tot 680 euro kunnen terugkrijgen van de fiscus (geïndexeerde bedragen aj. 2017) (art. 289ter, § 1, 1ste lid en § 2, 1ste lid, WIB 1992).

De wet van 3 augustus 2016 treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2017.

Bron: Wet van 3 augustus 2016 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat het belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten betreft, BS 11 augustus 2016.

Zie ook:
Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) (art. 289ter en art. 342, § 3)