Eén traject voor rup en mer

Vlaanderen integreert de trajecten van diverse effectbeoordelingen in het planningsproces van de gemeentelijke, provinciale en gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (rup?s). Voortaan worden de termijnen en andere procedureaspecten van de planmilieueffectrapportage, van de ruimtelijke veiligheidsrapportage en van de passende beoordeling dus in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) geregeld.

De inhoudelijke aspecten van deze effectboordelingen blijven echter in het Decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid (DABM) staan, wat de plan-mer en het RVR betreft, in het Natuurdecreet, wat de passende beoordeling betreft, en in het Decreet op het Integraal Waterbeleid (DIWB), wat de watertoets betreft.

Het decreet dat deze integratie mogelijk maakt (?Integratiedecreet?), verscheen op 19 augustus 2016 in het Belgisch Staatsblad. Het treedt echter nog niet in werking. De Vlaamse regering moet eerst nog een uitvoeringsbesluit publiceren.

Voor welke effectbeoordelingen?

Het begrip 'effectbeoordeling' slaat hier op:

de decretaal verplichte beoordelingen, zoals de plan-milieueffectrapportage (plan-mer en plan-mer-screening), de passende beoordeling bij een impact op een vogelrichtlijn- of habitatgebied, de ruimtelijke veiligheidsrapportage (RVR) bij een risico op een zwaar ongeval, de watertoets, en het landbouweffectenrapport; én

de decretaal niet-verplichte, maar voor de onderbouwing van het gemeentelijk, provinciaal of gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan wel noodzakelijk geachte beoordelingen, zoals de mobiliteitseffectenrapportering (een Mober is meestal verplicht bij een vergunningsaanvraag voor een project, maar is dat niet bij een rup), de landbouwimpactanalyse, de zorg- en motiveringsplicht uit het Onroerenderfgoeddecreet, of de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA).

Planteam

Een ontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan wordt vanaf nu opgemaakt door een planteam. De figuur van het planteam is nieuw. Volgens het decreet bestaat een planteam minstens uit één ruimtelijke planner. Voor de meeste lokale ruimtelijke uitvoeringsplannen is er immers geen plan-mer nodig en is het planteam dus klein.

De Vlaamse regering zal nog de voorwaarden vastleggen waaraan de ruimtelijk planner in het planteam moet voldoen. Die voorwaarden kunnen verschillen naargelang het niveau waarop de planning plaatsvindt, of naargelang de grootte of de aard van de betrokken gemeente.

Tot daar de decretale bepalingen. Volgens de toelichting bij het ontwerp van decreet bestaat het planteam, naast de ruimtelijk planner, uit een vertegenwoordiger van de gewestelijke Dienst MER als er een plan-mer moet worden opgemaakt, en uit een vertegenwoordiger van de gewestelijke Dienst Veiligheidsrapportering als er een RVR moet worden opgesteld.

Dat team kan aangevuld worden met vertegenwoordigers van andere gewestelijke diensten, zoals een vertegenwoordiger van de entiteit die bevoegd is voor het integraal waterbeheer (Vlaamse Milieumaatschappij), voor het beheer van de waterlopen (waterwegbeheerder), voor de speciale beschermingszones (Agentschap voor Natuur en Bos) of voor de mobiliteitseffecten (FOD Mobiliteit en Openbare Werken)...
In dat geval is het relevant om een planteam-coördinator aan te wijzen.

Als er een plan-mer moet worden opgesteld, zal ook de mer-coördinator betrokken worden bij het planteam. Hij moet dan waken over een voldoende integratie van het plan-mer in het planningsproces.

De rol van de gewestelijke instanties in het planteam verschuift van controlerend, naar eerder participerend en adviserend, met inbreng van hun gewestelijke expertise op het lokale vlak.

Het is de bevoegde overheid - college, deputatie of gewest - die bepaalt wie er in het planteam zetelt. De instanties kunnen zelf geen plek opeisen in het team. Als een instantie vraagt om in een planteam opgenomen te worden, beslist de bevoegde (politieke) overheid en motiveert zij haar beslissing in de procesnota.
Als de bevoegde overheid een instantie uitnodigt om deel te nemen aan een planteam en die weigert, wordt de motivatie van die instantie eveneens opgenomen in de procesnota.

Het planteam leidt het geïntegreerde planningsproces, begeleidt de verschillende onderzoeken, integreert de tussentijdse resultaten in het planningsproces en zorgt voor een continue kwaliteitsbewaking.

Procesnota

Net als bij een complex project worden er aan het begin van een geïntegreerd planningsproces 2 documenten opgemaakt: een procesnota en een startnota. De procesnota beschrijft het volledige verloop van het planningsproces en bevat informatie over:

hoe het planningsproces verloopt;

wie, wanneer betrokken wordt bij dat planningsproces;

hoe de informatie over het planningsproces verspreid wordt, als dat niet wettelijk geregeld is

De procesnota wordt aangevuld bij wijzigingen.
De nota en haar aanvullingen moeten bekendgemaakt worden. Het decreet zegt niet hoe dat moet gebeuren, maar er is sprake van een bekendmaking die 'minstens digitaal via de website van de overheid' zou verlopen.

De Vlaamse regering zal in elk geval nog een handleiding publiceren om de procesaanpak bij een geïntegreerd planningsproces te verduidelijken. De regering zou zich daarvoor baseren op het regime van de complexe projecten, waarvoor al een online-routeplanner werd uitgewerkt. Naar verluidt zou in de handleiding aangedrongen worden op meer 'heldere, beknopte en leesbare effectbeoordelingsrapporten'.

Startnota en andere

Het eigenlijke geïntegreerde planningsproces bestaat uit verschillende fasen, die telkens hun beslag krijgen in een specifiek document:

een voorbereidende fase, waarin bijvoorbeeld een planteam wordt samengesteld. Deze fase leidt tot het opmaken van de startnota en procesnota;

een eerste bevraging van het publiek (?participatiemoment?) en een adviesronde, die leiden tot het opmaken van de scopingnota;

het opmaken van het voorontwerp van rup met de ontwerpeffectbeoordelingsrapporten;

het houden van een plenaire vergadering (niet verplicht) of het vragen van schriftelijk advies, wat leidt tot de voorlopige vaststelling van het ontwerp-rup en de ontwerpeffectbeoordelingsrapporten;

het houden van een openbaar onderzoek over het ontwerp-rup én over de ontwerpeffectbeoordelingsrapporten ? die dus nog niet definitief zijn ?, het verwerken van de resultaten van het openbaar onderzoek. De finale kwaliteitsbeoordeling over het plan-mer, het RVR en de andere effectbeoordelingen vindt voortaan pas plaats ná het openbaar onderzoek. Dat alles leidt tot slot tot de definitieve vaststelling van het rup met de effectbeoordelingen.

De startnota bevat de informatie die nodig is om al een eerste bevraging van het publiek en een raadplegingsronde van de adviesinstanties te kunnen houden. De startnota bevat informatie over het voorgenomen plan, zoals een beschrijving van de doelstellingen van het planningsproces, de afbakening van het gebied waarop het plan betrekking heeft, of een beknopte beschrijving van de alternatieven met hun voor- en nadelen. De startnota bevat ook informatie over de voorgenomen effectbeoordelingen, zoals een beschrijving van de te onderzoeken effecten en van de aanpak van de effectbeoordelingen. Waar mogelijk werpt de startnota ook al een blik op de instrumenten die ingezet zullen worden bij de uitvoering van het plan: een onteigening, een ruilverkaveling,?.

Na de raadplegings- en adviesronde wordt de startnota herwerkt tot een scopingnota. Die legt de te onderzoeken ruimtelijke aspecten vast en bepaalt welke effectbeoordelingen uiteindelijk uitgevoerd zullen worden, en volgens welke methode. De diensten die bevoegd zijn voor de milieueffectrapportage of veiligheidsrapportage integreren hun beslissing over de inhoudsafbakening van het plan-mer of RVR in de scopingnota.

De scopingnota is dan samen met de procesnota de leidraad voor het verdere verloop van het planningsproces. En, net als de procesnota, kan de scopingnota tijdens het verloop van de procedure aangevuld worden. De scopingnota en haar aanvullingen worden bekendgemaakt op een wijze die nog door de Vlaamse regering zal worden bepaald.

Meer info in rup

Door de integratie van de effectbeoordelingen wordt de inhoud van het voorontwerp, ontwerp of definitieve ruimtelijk uitvoeringsplan verruimd. Een integratie-rup omvat ook:

een beschrijving en verantwoording van de doelstellingen van het plan;

de ruimtelijke toestand en de toestand van het leefmilieu, de natuur en andere relevante feitelijke gegevens;

in voorkomend geval, een omschrijving van andere beleidsplannen (de handleiding zal een checklist bevatten van de plannen die vermeld moeten worden);

een kwaliteitsbeoordeling over het planmilieueffectenrapport, de passende beoordeling, het ruimtelijk veiligheidsrapport, en elk ander verplicht voorgeschreven en gemaakt effectbeoordelingsrapport;

in voorkomend geval, de in het kader van de uitgevoerde effectbeoordelingen; en

een overzicht van de andere instrumenten ? flankerende maatregelen, milderende maatregelen - die worden ingezet, in het bijzonder ter uitvoering van de effectbeoordelingen.

Samen met het ruimtelijk uitvoeringsplan kan de bevoegde overheid ook een stedenbouwkundige verordening vaststellen met begeleidende maatregelen. De stedenbouwkundige verordening wordt dan samen met het rup voorlopig vastgesteld en wordt onderworpen aan hetzelfde openbaar onderzoek. De termijn voor de definitieve vaststelling van het rup wordt daarna geschorst tot de procedure voor de stedenbouwkundige verordening doorlopen is, zodat het rup en de verordening uiteindelijk samen vastgesteld kunnen worden.
De stedenbouwkundige verordening kan later gewijzigd worden, op voorwaarde dat de doelstellingen gerespecteerd blijven.

Op dezelfde wijze kan de bevoegde overheid ook voor, of gelijktijdig met, het ruimtelijk uitvoeringsplan, overeenkomsten sluiten met publiekrechtelijke rechtspersonen, privaatrechtelijke rechtspersonen of natuurlijke personen, om het rup te kunnen realiseren. Dergelijke overeenkomsten zijn vooral relevant als de gewenste begeleidende maatregelen op een verschillend bestuursniveau moeten worden genomen.

De stedenbouwkundige voorschriften van een rup gaan in de eerste plaats over gebiedsbestemmingen, inrichting en beheer. Maar het Integratiedecreet maakt het mogelijk dat:

de stedenbouwkundige voorschriften in het rup een tijdelijk ruimtegebruik toelaten;

bepaalde voorschriften pas in werking treden als een specifieke voorwaarde is vervuld;

sommige instrumenten maar toegepast worden nadat andere instrumenten werden ingezet. Bv. dat een rup maar gerealiseerd wordt als er eerst milderende maatregelen werden uitgevoerd in een speciale beschermingszone; of

sommige instrumenten niet meer gebruikt kunnen worden als de begeleidende stedenbouwkundige verordening of overeenkomst waarin die instrumenten hun grond vinden, gewijzigd werd of niet langer rechtskracht heeft.

Stedenbouwkundige voorschriften hoeven overigens niet meer strikt stedenbouwkundig van aard te zijn. Het volstaat dat de voorschriften verband houden met de ruimtelijke ordening. Ze kunnen bijvoorbeeld aspecten van verkeer, toegankelijkheid of bemesting bevatten, in functie van een goede ruimtelijke ordening.

De gebiedsbestemmingen zelf wijzigen niet. Althans niet in het Integratiedecreet, want er is wel een herziening op komst. Alleen werd de 'landschapszorg' uit de subcategorie 'gemengd openruimtegebied' verruimd tot het 'onroerend erfgoed', wat ook de monumentenzorg en de zorg voor de archeologische sites omvat.

Openbaar onderzoek

Doordat het publiek de mogelijkheid krijgt om zich uit te spreken over een ontwerp-rup, met ontwerp-mer én ontwerp-RVR, moet er geval per geval bekeken worden of de ontwerptekst moet worden aangepast en of er een nieuw openbaar onderzoek moet worden gehouden over de aangepaste tekst. In de memorie van toelichting bij het ontwerpdecreet vinden we enkele scenario's:

Een opmerking uit het openbaar onderzoek leidt niet tot een aanpassing van het effectenonderzoek. In het definitief vastgestelde rup wordt gemotiveerd waarom er geen aanpassing plaats vond.

Een opmerking uit het openbaar onderzoek leidt wel tot een aanpassing van het effectenonderzoek, maar de conclusies van het effectenonderzoek wijzigen niet, of ondergaan geen significante wijzigingen. Het rup wordt niet aangepast, maar het aangepaste effectenonderzoek wordt bij het rup gevoegd. Er is geen nieuw openbaar onderzoek nodig.

Een opmerking uit het openbaar onderzoek leidt tot een aanpassing van het effectenonderzoek en de conclusies van het effectenonderzoek wijzigen significant. Het planteam moet beslissen of de procedure moet worden overgedaan, zodat de rechten van de burgers niet geschaad worden.

Een opmerking uit het openbaar onderzoek leidt tot een aanpassing buiten de huidige scope van het plan. De scopingnota moet worden aangepast. Het plan moet opnieuw voorlopig vastgesteld worden en er moet een nieuw openbaar onderzoek plaatsvinden (proceslus).

Bekendmaking

De definitieve vaststelling van een rup wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en wordt integraal gepubliceerd op de overheidswebsite die wordt aangewezen in de aankondiging in het BS. Het definitieve plan treedt 14 dagen na de bekendmaking in het BS in werking.

Door de integratie zal het besluitvormingsproces niet sneller verlopen, maar de Vlaamse regering hoopt dat 'de tijdswinst op het einde komt'. Door het grote publiek vroeger, bij het volledige, besluitvormingsproces te betrekken, zullen misschien minder rup's uitgevochten worden voor de Raad van State?

Gezocht: milieudeskundigen?

Een Vlaams Parlementslid merkte tijdens de bespreking van het ontwerp van Integratiedecreet nog op dat de Vlaamse regering over haar ontwerp-rup's het advies vraagt van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening (Saro) én van de Milieu- en Natuurraad Vlaanderen (Minaraad). ?Maar hoe zal op het provinciale en gemeentelijke niveau deskundig advies over de milieucomponent worden ingewonnen als enkel gemeentelijke en provinciale commissies voor ruimtelijke ordening zich erover dienen te buigen?, wou zij weten.

Omgevingsminister Joke Schauvliege repliceerde dat zij ?niet wil twijfelen aan de capaciteiten van de lokale adviesraden?. Zij trekt hun advies niet in twijfel, maar beveelt de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening toch aan om deskundigen in milieuzaken in hun rangen op te nemen (Verslag, p. 9). Dat is echter geen verplichting.

DABM, VCRO, Natuurdecreet en vele andere?

Tot slot vermelden we nog even dat het Integratiedecreet niet alleen aanpassingen doorvoert in het Decreet houdende Algemene Bepalingen inzake Milieubeleid, in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het Natuurdecreet, of het Decreet op het Integraal Waterbeleid. Het nieuwe decreet voert ook kleine aanpassingen door in het Decreet op de Complexe Projecten, het Landinrichtingsdecreet, het Handhavingsdecreet op de Omgevingsvergunning, en de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).

In werking:

Datum nog te bepalen door de Vlaamse regering (1 uitzondering).

Wordt verwacht: uitvoeringsbesluit.

Bron: Decreet van 1 juli 2016 tot wijziging van de regelgeving voor ruimtelijke uitvoeringsplannen teneinde de planmilieueffectrapportage en andere effectbeoordelingen in het planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen te integreren door wijziging van diverse decreten, BS 19 augustus 2016.