Eenvoudiger tuchtregime voor federale ambtenaren

Op 1 oktober 2016 treedt een nieuw tuchtregime in werking voor ons Rijkspersoneel. Met minder en vooral modernere tuchtsancties. Maar ook met meer uniformiteit en structuur. Van opstart tot beroep werd gezorgd voor meer eenvoud. Zo is voortaan duidelijk welke stukken elementair zijn in een tuchtdossier, gelden er nieuwe ? eenduidige termijnen en zijn er minder spelers op beroepsniveau.

Minder tuchtsancties

Het aantal tuchtsancties werd teruggebracht van 9 tot 5. Federale ambtenaren die hun boekje te buiten gaan, riskeren voortaan een terechtwijzing, een inhouding van hun wedde, een verplaatsing bij tuchtmaatregel, een ontslag van ambtswege of een afzetting. De blaam, de tuchtschorsing, de lagere inschaling en de terugzetting werden dus geschrapt uit het sanctiearsenaal. Deze sancties passen immers niet meer in een modern HR-beleid.

Maar ook aan de sancties die behouden zijn, werd gesleuteld. De inhouding van de wedde kan nu bijvoorbeeld worden toegepast tot maximum 36 maanden. Vroeger was dit slechts één maand. Die aanpassing komt er in eerste instantie als alternatief voor het schrappen van de tuchtschorsing, de terugzetting (in niveau of klasse) en de lagere inschaling.

Persoonlijk dossier

Net als vroeger wordt elke tuchtsanctie (behalve het ontslag van rechtswege) gemeld in het persoonlijk dossier van de betrokkene. Na een bepaalde termijn kunnen de straffen worden gewist uit het dossier. Voor sommige sancties wordt die termijn nu aangepast. Zo wordt de terechtwijzing pas na 9 maanden in plaats van 6 maanden gewist. Voor de inhouding van de wedde is dat na 12 maanden (in plaats van een jaar). Die wijziging naar aantal maanden is in dit geval belangrijk voor het bepalen van de termijn. Die loopt voor de uitwissing van de inhouding van de wedde immers 'vanaf de dag die volgt op het einde van de laatste maand van de periode van de inhouding?. Vroeger was dit ?vanaf de dag dat de straf was uitgesproken'.

Voor de verplaatsing van de tuchtmaatregel blijft de uitwissingstermijn trouwens behouden op 18 maanden. De termijn start op de dag waarop de straf is uitgesproken.

Verloop procedure

Net als vroeger begint een tuchtprocedure met de oproeping van de betrokken ambtenaar. Al is de wetgeving voortaan een pak duidelijker over wat er in die oproeping moet staan. De verplichte elementen zoals de feiten die ten laste worden gelegd, de mogelijkheid voor de betrokkene om zich te laten bijstaan, enz. zijn voortaan expliciet vermeldt in het TuchtKB.

Nieuw is bovendien de mogelijkheid om ambtenaren elektronisch op de hoogte te brengen. Tenminste voor zover de ontvangst wordt bevestigd. Gebeurt dat niet, dan moet er een ander communicatiemiddel worden gebruikt. Daarom blijft ook de oude manier van werken via overhandiging en per aangetekend schrijven bestaan. De betrokken ambtenaren krijgen trouwens ook de mogelijkheid om per brief of per e-mail te antwoorden. Met dezelfde vereiste om bevestiging te krijgen.

Verder wordt het 'voorlopig voorstel van tuchtstraf' geschrapt. Vroeger werd zo'n voorstel geformuleerd door de hiërarchische meerdere nadat die de betrokkene had gehoord. Van die tussenstap wordt echter afgestapt. Ze werd destijds ingevoerd om de betrokkene de kans te geven om zich te verweren. Maar die optie nu al uitgebreid aangereikt van bij de oproeping. De betrokkene wordt wel nog steeds gehoord. Voortaan is dat tussen de 14e en de 30ste dag na ontvangst van de oproeping.

Van het verhoor worden notulen opgemaakt die de ambtenaar kan inkijken. Hij kan schriftelijk opmerkingen indienen. Nadien stuurt de bevoegde hiërarchische meerdere het dossier naar het directiecomité. Hij voegt daarbij een verslag met een overzicht van de feiten, eventuele getuigenissen, het proces-verbaal van de hoorzitting en de eventuele bezwaren van de ambtenaar tegen het pv.

Het directiecomité roept nadien de ambtenaar op om te verschijnen. En dat binnen de 10 dagen nadat het dossier bij hen aanhangig werd gemaakt. Ook de inhoud van deze oproep is aan strikte voorwaarden verbonden. Het directiecomité heeft uiteindelijk 2 maanden de tijd om een sanctievoorstel te formuleren. De ambtenaar kan beroep instellen binnen de 20 dagen na betekening.

Strafprocedure

Tot 1 oktober 2016 worden tuchtprocedures automatisch opgeschort wanneer er gelijktijdig een strafprocedure aan de gang is. Die praktijk zal verdwijnen aangezien deze regel te grote vertragingen veroorzaakt voor het verloop van de tuchtprocedures.

De beslissing om een tuchtprocedure al dan niet verder te zetten, komt voortaan toe aan de tuchtoverheid. Voor zover die vindt dat de vastgestelde feiten voldoende duidelijk zijn en voldoende bewezen zijn om een tuchtsanctie op te leggen kan ze autonoom beslissen om de tuchtprocedure verder te zetten en is het niet meer nodig om te wachten op het resultaat van de strafprocedure. Als de overheid van mening is dat de feiten onvoldoende duidelijk zijn of een verkeerde maatregel wordt genomen, kan ze beslissen om de tuchtprocedure te schorsen en wel te wachten op het resultaat van de strafprocedure.

Beroepen

Het onderscheid tussen de interdepartementale raad van beroep voor niveau A en de verschillende departementale raden van beroep voor niveaus B, C en D wordt opgeheven voor de ambtenaren van de FOD's en de POD's. Voortaan is er maar één enkele bevoegde raad van beroep meer, ongeacht het niveau van de ambtenaar.

Die raad van beroep krijgt ook een nieuwe samenstelling. In elke zaak die onder de bevoegdheid van deze raad valt, zullen de voorzitter en de assessoren die zitting zullen houden, worden gehaald uit de lijst van magistraten aangewezen door de Koning en uit de lijst van assessoren aangewezen door de minister van Ambtenarenzaken en de vakorganisaties.

1 oktober 2016

Het KB van 3 augustus 2016 treedt in werking op 1 oktober, de eerste dag van de tweede maand na publicatie in het Belgisch Staatsblad. De oude bepalingen blijven van toepassing op de procedures die op die datum al lopende zijn.

Bron: Koninklijk besluit van 3 augustus 2016 tot wijziging van diverse tuchtrechtelijke bepalingen betreffende het Rijkspersoneel, BS 24 augustus 2016.