Strengere emissienormen voor bouwmachines, grasmaaiers, kettingzagen?

Vanaf 1 januari 2017 gelden strengere emissienormen voor de interne verbrandingsmotoren van ?niet voor de weg bestemde mobiele machines?. Dat zijn de zogenaamde offroad-machines zoals land- en bosbouwmachines, grasmaaiers, kettingzagen en bouwmachines (o.a. graafmachines en kranen). Europa heeft de huidige grenswaarden uit Richtlijn 97/68/EG afgestemd op de meest recente technologie.

EU-typegoedkeuring

Toch komen er niet alleen strengere emissiegrenswaarden. Europa introduceert ook een nieuwe aanpak voor de EU-typegoedkeuring van de 'niet voor de weg bestemde mobiele machines'. Daarbij stelt het Europees Parlement de fundamentele basisregels vast en krijgt de Commissie de bevoegdheid om de verdere technische details vast te leggen. Verordening 2016/1638 bevat bijgevolg alleen de materiële basisvoorschriften.

Naast het verlagen van verontreinigende emissies, zoals stofdeeltjes en stikstofoxiden, is het dus ook de bedoeling om de goede werking van de interne markt te optimaliseren en het markttoezicht te versterken.

Niet voor draagbare brandbestrijdingspompen

De bepalingen gelden niet voor draagbare brandbestrijdingspompen. Deze pompen zijn essentieel in bepaalde noodsituaties waarin een gekanaliseerde watervoorziening ontbreekt. De montage van uitlaatgasnabehandelingssystemen in de motoren zou de apparaten te zwaar maken. Bovendien zou de temperatuur te hoog oplopen waardoor ze voor de bediener gevaarlijk worden.

Daarnaast vallen onder meer ook de motoren in zeeschepen waarvoor een geldig zeevaart- of veiligheidscertificaat vereist is, in recreatievoertuigen (behalve sneeuwscooters, terreinvoertuigen en side-by-side-voertuigen), in voertuigen en machines die uitsluitend in wedstrijden worden gebruikt of alleen daarvoor zijn bestemd en de motoren in verkleinde schaalmodellen van voertuigen of machines voor recreatie en met een netto-vermogen van minder dan 19kW, buiten het toepassingsgebied.

Vrijstellingen

Europa kent ook een aantal vrijstellingen toe om rekening te houden met specifieke behoeften en normen. Sommige 'niet voor de weg bestemde mobiele machines' worden bijvoorbeeld gebruikt in extreme omstandigheden met risico's voor het leven of de gezondheid of zijn onderworpen aan zeer strenge technische voorschriften zoals motoren die worden gebruikt op plaatsen waar ontploffingsgevaar heerst of in voertuigen voor het te water laten van reddingsboten.

Gefaseerde invoering

De verordening is van toepassing vanaf 1 januari 2017. Al gelden enkele bepalingen, onder meer met betrekking tot het inde handel brengen van OEM motoren die voldoen aan de emissienormen van fase III A, al vanaf 6 oktober 2016.

Vanaf 2017 mogen de lidstaten in principe alleen nog motoren die conform de nieuwe emissiegrenswaarden en de typegoedkeuringsprocedures zijn, in de handel brengen. Maar om de lasten voor de fabrikant van de motoren en de niet voor de weg bestemde mobiele machines te beperken, gelden een aantal overgangsbepalingen. Bijlage III bij de verordening geeft per type motor een overzicht van de verplichte toepassingsdata van de verordening voor de EU-typegoedkeuring van motoren en het in de handel brengen van motoren. De bepalingen zullen afhankelijk van de motorcategorie geleidelijk van toepassing worden tussen 2018 en 2020.

Vanaf 1 januari 2017 wordt Richtlijn 97/68 trouwens ingetrokken.

Bron: Verordening 2016/1628 van het Europees parlement en de Raad van 14 september 2016 inzake voorschriften met betrekking tot emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes en typegoedkeuring voor in niet voor de weg bestemde mobiele machines gemonteerde interne verbrandingsmotoren, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1024/2012 en (EU) nr. 167/2013, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn 97/68/EG, Pb. L. 16 september 2016, afl. L252/100.