Child Focus mag meldingen kinderporno binnenkort zelf analyseren

Child Focus kan de meldingen die het krijgt van kinderporno op het internet binnenkort zelf analyseren. Ze kan daarvoor een specifieke erkenning krijgen van de minister van Justitie. De erkenningsprocedure staat alvast op punt.

Meldingen filteren

Child Focus krijgt jaarlijks honderden meldingen van websites waarop kinderporno te zien is. Maar meer dan die aangiftes doorspelen aan politie en justitie kon het tot nog toe niet. Wanneer Child Focus de websites zou bezoeken om de beelden te analyseren, is ze immers strafbaar.

Eind mei 2016 werd daarom een nieuw kader gecreëerd in het Strafwetboek. Organisaties als Child Focus die een specifieke erkenning kregen van de minister van Justitie mogen meldingen van kinderporno op het internet zelf filteren en relevante informatie aan politie en justitie te bezorgen.

De regeling geldt sinds 18 juni 2016, maar er waren nog tal van uitvoeringsbepalingen nodig om ze effectief te kunnen toepassen. Die zijn er nu. Voortaan is duidelijk aan welke voorwaarden een organisatie moet voldoen om een erkenning te krijgen en hoe de erkenningsprocedure eruit ziet.

Binnenkort kan Child Focus dus een erkenning krijgen om zelf meldingen van kinderporno te analyseren.

11 voorwaarden

Om een erkenning te krijgen en te behouden, moet een organisatie:

rechtspersoonlijkheid hebben;

op het Belgisch grondgebied gevestigd zijn;

de strijd tegen kinderpornografie op internet als een van de belangrijkste maatschappelijke doelen in haar statuut omschrijven;

lid zijn van INHOPE, de internationale vereniging van internet hotlines ter bestrijding van kinderpornografie;

in staat zijn daadwerkelijk en gewoonlijk te zorgen voor de ontvangst, het analyseren naar inhoud en herkomst van de meldingen die betrekking zouden kunnen hebben op kinderpornografische beelden (artikel 383bis Sw.) en de overzending ervan, op het Belgisch grondgebied;

in staat zijn deze meldingen, over te zenden aan de politiediensten en gerechtelijke overheden, en dat zonder uitzondering, binnen een termijn van 24 uur of uiterlijk de eerste werkdag die volgt op die van de ontvangst ervan;

in staat zijn deze meldingen m.b.t. in het buitenland gehoste beelden over te zenden aan INHOPE, binnen een termijn van 24 uur of uiterlijk de eerste werkdag die volgt op die van de ontvangst ervan;

controleren dat de personen die instaan voor de ontvangst, de analyse en de overzending van de meldingen, en de personen belast met de controle van die taken, het voorwerp hebben uitgemaakt van een positief veiligheidsadvies om die taken uit te voeren;

garanderen dat de personen die instaan met de ontvangst, de analyse en de overzending van de meldingen over de vereiste kennis en vaardigheden beschikken en dat zij de gepaste opleidingen krijgen;

waarborgen dat die personen een regelmatige en gepaste interne supervisie genieten;

beschikken over beveiligde lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor de uitvoering van de taken, én over gepast computermateriaal waarvan de toegang beveiligd is zodat de vertrouwelijkheid van de meldingen gewaarborgd is.

Door relevante meldingen binnen de 24uur door te geven aan politie en justitie kunnen beelden ook sneller van het net worden gehaald.

Sleutelrol voor minister van Justitie

Het verzoek tot erkenning wordt via aangetekend schrijven gericht aan de minister van Justitie. De organisaties zijn verplicht om alle stukken die bewijzen dat voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, bij het aanvraagdossier te voegen. De minister (of zijn gemachtigde) kan echter aanvullende inlichtingen vragen of ter plaatse controles uitvoeren.

Hoe dan ook neemt de regering, op voorstel van de minister van justitie, binnen de 4 maanden na ontvangst van de aanvraagdocumenten, een beslissing.

Erkenning voor 5 jaar

Organisaties die voldoen aan de voorwaarden krijgen een erkenning voor 5 jaar die op verzoek kan worden verlengd. De erkenning begint de lopen op de dag waarop het erkenningsbesluit ter kennis wordt gebracht van de organisatie.

Samenwerkingsprotocol en personeel

De erkende organisatie moet haar opdrachten uitvoeren conform de procedures uit het samenwerkingsprotocol dat tussen haar, de politiediensten en de gerechtelijke overheden werd afgesloten. De organisatie mag geen gegevensbank oprichten op grond van de beelden die haar werden gemeld.

Verder is de organisatie verplicht om de identiteit van de personeelsleden die de meldingen ontvangen, analyseren en doorgeven en de personeelsleden die instaan voor de controle van die taken, voor advies door te geven aan de politiediensten en de gerechtelijke overheden. En dat voordat ze start met haar analyseopdracht én bij elke personeelswissel. Ieder van hen moet immers een positief veiligheidsadvies krijgen van de veiligheidsoverheid. Dat moet trouwens om de 5 jaar vernieuwd worden. De minister kan bepaalde voorgestelde personen weigeren. Maar moet die beslissing wel uitvoerig motiveren.

Statuten en activiteitenverslag

Wijzigen aan de statuten, stopzetting van activiteiten of andere wijzigingen die een impact hebben op de erkenningsvoorwaarden moeten worden meegedeeld aan de minister. Minstens 30 dagen op voorhand.

De organisatie moet jaarlijks, uiterlijk eind maart, een activiteitenverslag indienen bij de minister. Onder meer over het aantal meldingen, de herkomst van de meldingen, het aantal meldingen dat werd doorgegeven aan INHOPE en het aantal meldingen dat aan de politie werd bezorgd.

Intrekken erkenning

De regering kan de erkenning, op voorstel van de minister van Justitie, intrekken wanneer de organisatie niet langer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet. De organisatie krijgt dan wel de kans om zich te verdedigen. Via een schriftelijke procedure.

10 oktober 2016

Het KB van 18 september 2016 bevat geen specifieke datum van inwerkingtreding. De bepalingen worden dus volgens de algemene regel van kracht, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat is 10 oktober 2016.

Bron: Koninklijk besluit van 18 september 2016 tot bepaling van de voorwaarden tot erkenning als organisatie bedoeld in artikel 383bis/1 van het Strafwetboek, BS 30 september 2016.

Zie ook
Wet van 31 mei 2016 tot verdere uitvoering van de Europese verplichtingen op het vlak van seksuele uitbuiting van kinderen, kinderpornografie, mensenhandel en hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf, BS 9 juni 2016.
Strafwetboek (art. 383bis en 383bis/1)