Werkloosheid: uitbetalingsinstellingen kunnen opdrachten uitvoeren voor gewest

Dankzij een aanpassing van de werkloosheidsreglementering krijgen de uitbetalingsinstellingen de mogelijkheid om op vrijwillige basis opdrachten uit te voeren voor rekening en onder het gezag van een gewest of de Duitstalige Gemeenschap.

Tewerkstellingsbeleid

Het werkloosheidsbesluit bepaalt dat de statuten van de uitbetalingsinstellingen onder andere hun doel moeten vermelden. Dat doel moet beperkt zijn tot de toepassing van de wetgeving die betrekking heeft op de sociale zekerheid voor werknemers, en - dit is nieuw - 'aangelegenheden die betrekking hebben op het tewerkstellingsbeleid in de zin van artikel 6, §1, IX van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen'.

Volgens de Raad van State worden aangelegenheden die betrekking hebben op het tewerkstellingsbeleid (in de zin van artikel 6, §1, IX van de BWHI), hier gelijkgesteld met 'de sociale zekerheid', voor zover het gewest of de Duitstalige Gemeenschap beslist om een beroep te doen op de uitbetalingsinstellingen voor het uitvoeren van bepaalde opdrachten die betrekking hebben op het tewerkstellingsbeleid.

Beheersboekhouding

De uitbetalingsinstellingen mogen in hun beheersboekhouding voor de opdrachten voor rekening en onder het gezag van de RVA, geen uitgaven opnemen die betrekking hebben op de aangelegenheden waarvan sprake. Maar de uitgaven voor de algemene informatieopdracht van de uitbetalingsinstellingen mogen wel in de beheersboekhouding, zo blijkt uit het wijzigings-KB van 30 augustus 2016.

Dat wordt bevestigd in het algemeen reglement op de beheersboekhouding. Het bepaalt voortaan dat de beheersboekhouding van de erkende uitbetalingsinstellingen slechts de kosten en uitgaven opneemt die betrekking hebben op de betalingen die werden verricht voor rekening van de RVA.

Een wijzigingsbesluit van 9 augustus 2016 bepaalt dan ook uitdrukkelijk dat de erkende uitbetalingsinstelling, voor de toepassing van dit besluit, de opdrachten met betrekking tot de aangelegenheden die betrekking hebben op het tewerkstellingsbeleid (in de zin van artikel 6, §1, IX van de BWHI) moet afscheiden, op dezelfde wijze als waarop de afscheiding met betrekking tot de werknemersorganisatie geschiedt.
Men verduidelijkt dat het gaat om de arbeidstijd, bezoldiging en personeelslasten van de personeelsleden, de goederen, de activiteiten, de inkomsten, de kosten, de uitgaven en de opbrengsten die betrekking hebben op die specifieke opdrachten.

We kunnen er tot slot nog op wijzen dat een ingreep noodzakelijk was. De aanpassingen moeten vermijden dat de Koning de erkenning als uitbetalingsinstelling (voor de opdrachten in het kader van de federale regelgeving) zou moeten intrekken indien de uitbetalingsinstelling vanwege een gewest een taak krijgt toebedeeld in het kader van de gewestelijke bevoegdheden inzake tewerkstellingsbeleid, zo vat het bijhorend verslag aan de Koning het samen.

In werking

Beide besluiten treden in werking op 30 september 2016. Dat is de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: - Koninklijk besluit van 30 augustus 2016 tot wijziging van artikel 17 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, BS 30 september 2016

Bron: - Ministerieel besluit van 9 augustus 2016 tot wijziging van artikel 9 van het ministerieel besluit van 22 december 1995 houdende het algemeen reglement op de beheersboekhouding der erkende uitbetalingsinstellingen en tot invoeging van een artikel 3/1 in hetzelfde besluit, BS 30 september 2016