Alle gerechtspersoneel volgt zelfde procedure om langer te werken

Een deel van het gerechtspersoneel kan al sinds 2014 werken tot na zijn 65. De wetgever heeft er eind 2015 voor gezorgd dat die mogelijkheid er is voor alle gerechtpersoneel. Wat betekent dat sindsdien ook de referendarissen bij het Hof van Cassatie, de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven en rechtbanken en de personeelsleden van de steundiensten langer kunnen blijven werken. Die nieuwe categorieën moeten dezelfde aanvraagprocedure volgen als het gerechtspersoneel dat al eerder langer aan de slag kon blijven. 

Alle gerechtspersoneel

Griffiers van hoven en rechtbanken, parketsecretarissen, personeelsleden van griffiers en parketsecretariaten en attachés in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie kunnen in principe al sinds 2014 ook na hun 65 werken. Als ze dat ze zelf willen en alleen met toestemming van de minister. Sinds eind 2015 bestaat de mogelijkheid ook voor de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven en rechtbanken. Ook de personeelsleden van de gemeenschappelijke steundienst van het college van de hoven en rechtbanken en van de gemeenschappelijke steundienst van het college van procureurs-generaal en het college van het openbaar ministerie kunnen sindsdien tot na hun 65 werken. Iedereen kan hoogstens tot 70 werken.

De aanvraagprocedure om langer te werken is midden 2015 vastgelegd. Dus enkele maanden voor de uitbreiding. De procedure wordt nu ook toepasselijk gemaakt op die nieuwe categorieën.

Procedure

De procedure zelf verandert niet.

Een personeelslid dat langer wil blijven werken dient zijn aanvraag in bij zijn onmiddellijke chef (hiërarchisch meerdere). Met een specifiek formulier. Aanvragen kunnen ten vroegste ingediend worden 18 maanden voor men 65 jaar wordt. En ten laatste 6 maanden voor de verjaardag.

Het personeelslid duidt op het formulier aan hoelang hij wil verderwerken. Dat kan hoogstens één jaar zijn. Wie na de toegekende indiensthouding nog langer aan de slag wil blijven, kan dat, maar dan alleen op basis van een nieuwe aanvraag. En die moet ten laatste 6 maanden - in sommige gevallen 3 maanden - voor het einde van de verlenging ingediend worden.

De chef van het personeelslid bezorgt de aanvraag en zijn advies hierover aan de magistraat-korpsoverste, aan de hoofdgriffier of aan de hoofdsecretaris. Die geeft ook advies. Twee punten komen aan bod in de adviezen: of de indiensthouding nodig is en wat de meest geschikte duur is.

Alle documenten gaan daarna naar de minister voor Justitie die uiteindelijk beslist over de indiensthouding.

Inwerkingtreding

Het nieuwe KB van 25 september 2016 treedt in werking op 20 oktober 2016.

Bron: Koninklijk besluit van 25 september 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 juni 2015 tot vaststelling van de procedure voor indiensthouding van sommige personeelsleden van de Rechterlijke Orde na 65 jaar, BS 10 oktober 2016

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 397bis)
Wet van 17 juli 2014 houdende bepaalde maatregelen van aard tot vermindering van de gerechtelijke achterstand (art. 14)