Eindelijk boete voor illegaal bezit van bedreigde dier- of plantensoort (Cites)

Eind vorig jaar publiceerde de federale overheid een wet die het mogelijk maakte om inbreuken op de handelsvoorschriften voor bedreigde dier- en plantensoorten te bestraffen met een administratieve boete. Maar de wijze waarop zo?n administratieve boete kan worden opgelegd en de termijnen die daarbij gerespecteerd moeten worden, worden nu pas vastgelegd bij koninklijk besluit. Het KB maakt een einde aan de bestaande straffeloosheid.

Overtredingen van de Cites-regels werden tot nu strafrechtelijk vervolgd. De handelaars, kwekers en houders van bedreigde dier- en plantensoorten en de organisatoren van evenementen met bedreigde soorten die de voorschriften overtraden, kregen tot nu een voorstel van minnelijke schikking opgestuurd. Als zij daar niet op ingingen, werd hun dossier overgemaakt aan het parket. Maar voor de parketten is Cites geen prioriteit en dus werden de dossiers stelselmatig geseponeerd. Daar komt nu verandering in.

Een wet van 16 december 2015 bepaalde al dat alle dossiers over Cites-inbreuken rechtstreeks doorgestuurd moesten worden naar het parket. Als de procureur verzuimt om een beslissing te nemen, of als hij beslist om niet strafrechtelijk te vervolgen, kan de inbreuk bestraft worden met een administratieve boete. De overtreder moet in dat geval ook de kosten vergoeden die de overheid maakte, zoals de kosten voor de bewaring van de dieren of planten, diergeneeskundige kosten en terugzendingskosten. Als de boete met kosten niet betaald wordt, kan het verschuldigde bedrag ingevorderd worden via de rechtbank.
Het koninklijk besluit van 5 oktober 2016 maakt dat administratiefrechtelijke regime nu concreet.

Zodra hij een Cites-pv ontvangt, heeft de procureur 3 maanden de tijd om te beslissen of hij al dan niet strafrechtelijk zal vervolgen. Beslist hij om niet strafrechtelijk te vervolgen of laat hij de termijn van 3 maanden verstrijken zonder een beslissing te nemen, dan heeft de administratie 30 dagen de tijd om het dossier naar zich toe te trekken en de overtreder een aangetekende brief te sturen met de melding dat zij voornemens is om een administratieve boete op te leggen. De termijn van 30 dagen gaat in zodra de procureur beslist om niet te vervolgen, of anders, na het verstrijken van de termijn van 3 maanden waarbinnen de procureur een beslissing had moeten nemen.

De overtreder krijgt op zijn beurt 30 dagen de tijd om zijn verweermiddelen bekend te maken. Ook dat moet aangetekend gebeuren. Hij mag vragen om gehoord te worden. Als het dossier nog andere documenten bevat, naast het pv en het bericht van kennisgeving aan de procureur, mag de overtreder het dossier komen inkijken bij de administratie.

Na het onderzoek van de verweermiddelen en na de overtreder op diens verzoek gehoord te hebben, stuurt de administratie binnen de 90 dagen een aangetekend verzoek tot betaling van de boete met kosten. De termijn van 90 dagen begint te lopen vanaf de dag dat de overtreder de aangetekende brief kreeg met de mededeling dat hij een administratieve boete zal opgelegd krijgen.
De overtreder moet de boete binnen de 60 dagen betalen, en die termijn gaat in vanaf de dag dat de het verzoek tot betaling werd verstuurd.

De huidige regeling op de minnelijke schikking met strafrechtelijke vervolging bij niet-betaling wordt uit het beboetings-KB geschrapt.

In werking op:

28 oktober 2016. Dat is op de dag die volgt op de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 5 oktober 2016 tot wijziging van [het] koninklijk besluit van 20 september 2005 houdende uitvoering van artikel 5bis van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn, op 22 juni 1979, BS 27 oktober 2016.

Zie ook:

Koninklijk besluit van 20 september 2005 houdende uitvoering van artikel 5bis van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979, BS 13 oktober 2005 (Beboetings-KB).

Wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979, BS 30 december 1983 (art. 5bis van de Cites-wet).

Overeenkomst van 3 maart 1973 inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten (Cites-Overeenkomst).