Vlaamse beschutte en sociale werkplaatsen tot eind 2017 vrijgesteld van startbaanverplichting

De ondernemingen die voor hun werknemers vallen onder de bevoegdheid van het 'Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap of door de Vlaamse gemeenschapscommissie en de sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap' (PsC 327.01) worden (opnieuw) volledig vrijgesteld van de verplichting om nieuwe werknemers in dienst te nemen met een startbaanovereenkomst (jongeren onder de 26 jaar).

Deze keer loopt de vrijstelling van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2017. De vorige vrijstelling werd toegekend voor de periode van 1 april 2013 tot en met 31 december 2015.

Op aanvraag en advies van het betrokken paritair comité heeft het beheerscomité van de RVA een voorstel gedaan. Daarop werd de vrijstelling toegekend.

Ondernemingen in de private en de openbare sector met minstens 50 werknemers op 30 juni van het vorige jaar, moeten een zeker aantal ?nieuwe werknemers? aanwerven.
In de private sector bedraagt de 'startbaanverplichting' 3% van het personeelsbestand, berekend in voltijdse equivalenten (VTE) in het 2e kwartaal van het vorige jaar. Voor de openbare sector volstaat in principe 1,5%. De werkgevers uit de private sector die behoren tot de non-profit worden beschouwd als openbare werkgever.

Een vrijstelling van de aanwervingsverplichting is mogelijk. Dit is onder andere het geval voor ondernemingen uit de private sector die tot eenzelfde sector behoren en die een behoorlijke inspanning leveren voor de tewerkstelling. Op voorstel van het beheerscomité van de RVA kunnen ze geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld indien ze gebonden zijn door een cao die voorziet in een inspanning van minstens 0,15% voor de risicogroepen.
Vandaar dat men in de aanhef van het vrijstellingsbesluit van 28 oktober 2016 verwijst naar een collectieve arbeidsovereenkomst voor risicogroepen die op 29 september 2015 werd afgesloten.

Let wel, de vrijstelling mag geen negatieve gevolgen hebben voor de werkgelegenheid.

Bron: Ministerieel besluit van 28 oktober 2016 tot vrijstelling van de verplichting om jonge werknemers in dienst te nemen voor de ondernemingen die voor hun werknemers vallen onder de bevoegdheid van het paritair subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap of door de Vlaamse gemeenschapscommissie en de sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap, BS 14 november 2016

Zie ook:
? Ministerieel besluit van 21 oktober 2015 tot vrijstelling van de verplichting om jonge werknemers in dienst te nemen voor de ondernemingen die voor hun werknemers vallen onder de bevoegdheid van het paritair subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap of door de Vlaamse gemeenschapscommissie en de sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse gemeenschap, BS 5 november 2015
? Wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, BS 27 januari 2000 (artikel 42)
? Koninklijk besluit van 30 maart 2000 tot uitvoering van de artikelen 32, § 2, eerste lid, 33, § 2, derde lid, 34, 39, § 4, tweede lid, en § 5, tweede lid, 42, § 2, 46, eerste lid, 47, § 4, eerste en vierde lid, van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, BS 31 maart 2000 (artikel 10)