Federaal Agentschap van de Schuld beheert de staatsschuld

Er wordt een Federaal Agentschap van de Schuld opgericht. Het Rentenfonds verdwijnt op 1 januari 2017. Het nieuwe agentschap zal belast zijn met het operationeel beheer van de Federale Staatsschuld.

Rentenfonds

Het Rentenfonds was toezichthouder op de markt van de overheidsschuld. Maar deze bevoegdheid werd op 1 april 2012 overgeheveld naar de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA). Daarmee viel de kerntaak van het Rentenfonds weg.
Het Rentenfonds heeft nog enkele resterende bevoegdheden, maar die kunnen grotendeels worden overgenomen door de algemene administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën.

Resterende bevoegdheden

Het gaat om:

het waarborgen van de liquiditeit van de secundaire markt van overheidseffecten;

het verstrekken van informatie aan het publiek over de secundaire markt van de overheidseffecten;

de medewerking aan het beheer van de staatsschuld.

Het waarborgen van de liquiditeit en het verstrekken van informatie zijn opdrachten die FOD Financiën kan vervullen.

En het beheer van de staatsschuld wordt door de wetgever nu toevertrouwd aan een nieuw op te richten entiteit: het Federaal Agentschap van de Schuld. Die instelling zal nog steeds nauw verbonden zijn met de algemene administratie van de Thesaurie en rechtstreeks onder het gezag staan van de minister van Financiën.

Federaal Agentschap van de Schuld

De wet van 25 oktober 2016 richt een Federaal Agentschap van de Schuld op - in het Engels: Belgian Debt Agency. Het agentschap is een instelling van openbaar nut van categorie A. De wet van 16 maart 1954 op de controle van sommige instellingen van openbaar nut wordt daartoe aangevuld.

Onder het gezag van de minister van Financiën verzekert het agentschap het 'operationeel beheer van de Federale Staatsschuld in overeenstemming met de door de minister gegeven algemene richtlijnen'. Dit beheer omvat zowel de financiële, de economische als de juridische aspecten van de schuld.
Zo zal het agentschap onder andere de financieringsstrategie voorstellen, de financiële verrichtingen uitvoeren die verbonden zijn aan de uitgifte van alle soorten leningen, een strategie voor het schuldbeheer voorstellen en contacten onderhouden met de marktpartijen.

Er wordt een strategisch comité opgericht. Onder het gezag van de minister van Financiën verzekert het comité het algemeen beheer van het agentschap en het toezicht op het uitvoerend comité. Verder waakt het comité over de naleving van de richtlijnen van de minister van Financiën. Het stelt ook het huishoudelijk reglement van het strategisch en uitvoerend comité op. De minister van Financiën duidt een lid van het strategisch comité aan als zijn vertegenwoordiger. Dit lid beschikt over een vetorecht.

Onder toezicht van het strategisch comité staat het uitvoerend comité in voor het dagelijks bestuur van het agentschap volgens de richtlijnen van de minister van Financiën. Het uitvoerend comité neemt collegiale beslissingen. Bij onenigheid wordt het agendapunt voorgelegd aan het strategisch comité.

Een en ander kan later nog verder uitgewerkt worden bij KB. Denk bijvoorbeeld aan bijzondere deontologische regels voor de personeelsleden.

Voor 30 juni van elk jaar stelt het agentschap een jaarverslag op dat betrekking heeft op het vorige begrotingsjaar. Dit jaarverslag wordt meegedeeld aan de regering en aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Werking van het agentschap

Het agentschap beschikt over een dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting voor de uitgaven inzake personeel.
De Regie der Gebouwen wordt belast met de kosteloze ter beschikking stelling van lokalen aan het agentschap. En de FOD Financiën stelt kosteloos ICT-uitrusting ter beschikking en draagt de overige werkingskosten.

Het strategisch comité gaat na of de ter beschikking gestelde middelen adequaat zijn.

De personeelsleden van het agentschap worden geselecteerd door het agentschap en worden aangeworven met een arbeidsovereenkomst. De modaliteiten, de aanwervingsregels en de bezoldiging worden vastgelegd bij KB. Het gaat om een beperkt aantal medewerkers die over een bijzonder gespecialiseerde kennis en ervaring moeten beschikken. Denk daarbij aan traders, risicoanalisten en juristen met kennis van de internationale financiële regels.

De op het ogenblik van de opheffing van het Rentenfonds bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeelsleden van het Rentenfonds, worden overgedragen aan het agentschap met behoud van hun hoedanigheid en rechten, hun anciënniteit, hun loon ? De statutaire personeelsleden worden 'getransfereerd' op de datum van de opheffing. Ook met behoud van rechten.

In werking

De wet van 25 oktober 2016 tot oprichting van het Federaal Agentschap van de Schuld en tot opheffing van het Rentenfonds treedt in werking op 1 januari 2017.

Logischerwijs wordt de wet van 18 mei 1945 houdende oprichting van een Rentenfonds (en de bijhorende KB's) opgeheven. De rechten en verplichtingen van het Rentenfonds worden van rechtswege en zonder enige compensatie overgenomen door de Belgische Staat of door het agentschap. Vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wet is deze overdracht zonder andere formaliteiten tegenstelbaar ten aanzien van derden.

Bron: Wet van 25 oktober 2016 houdende oprichting van het Federaal Agentschap van de Schuld en opheffing van het Rentenfonds, BS 16 november 2016