Everzwijn op onderhandelingstafel

Minister van Omgeving Joke Schauvliege heeft de opdeling van het grondgebied in faunabeheerzones bekendgemaakt. Per faunabeheerzone zullen er quota vastgelegd worden voor het toegelaten aantal everzwijnen.

Globale aanpak per faunabeheerzone

In het Jachtvoorwaardenbesluit werd er bepaald dat de minister van Omgeving een overlegstructuur zou opzetten voor 'de aanpak van bepaalde wildsoorten' en dat zij met het oog daarop faunabeheerzones zou afbakenen.
De 'bepaalde wildsoorten' die hier geviseerd worden, zijn de wilde zwijnen.

Per faunabeheerzone moet het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) elk jaar een overleg organiseren tussen vertegenwoordigers van:

de erkende wildbeheereenheden in die faunabeheerzone;

de erkende terreinbeherende verenigingen die er erkende bos- of natuurreservaten beheren;

de bijzondere veldwachters;

de overheden die er erkende bos- of natuurreservaten beheren;

de landbouworganisaties die in de faunabeheerzone actief zijn; en

de betrokken provincie.

Het doel van dat overleg is om elk jaar - vóór 1 mei - een consensus te bereiken over de populatiedoelstelling voor het wilde zwijn in elke faunabeheerzone, over de wijze waarop men tot dat gewenste aantal zwijnen wil komen, en over de preventie van schade.

Het overleg moet volgens het Jachtvoorwaardenbesluit dan ook ten minste betrekking hebben op:

het nemen van preventieve maatregelen;

de ruimtelijke en tijdsgebonden aspecten inzake het uitoefenen van de jacht en gezamenlijke beheeracties; en

de logistieke ondersteuning van de aanpak.

De consensus die na overleg wordt bereikt, wordt ondertekend door alle betrokken partijen, wordt ingediend bij het ANB, en krijgt daardoor een dwingend karakter tijdens het eerstvolgende jachtseizoen.

Aanpak per wildbeheereenheid

Daarna is het aan de erkende wildbeheereenheden (WBE) om - vóór 1 juli - de afspraken te verfijnen voor hun werkingsgebied. Zij organiseren daartoe een overleg tussen:

zichzelf als erkende WBE;

de erkende terreinbeherende verenigingen die in hun werkingsgebied een erkend bos- of natuurreservaat beheren;

de overheden die in het WBE-werkingsgebied erkende bos- of natuurreservaten beheren;

de overheden die er bossen of andere domeinen beheren;

de private bos- en domeineigenaars;

de bijzondere veldwachters;

de landbouworganisaties die actief zijn in het WBE-werkingsgebied; en

de betrokken gemeenten.

Ook hier is het de bedoeling om tot een consensus te komen over het aantal dieren dat in een bepaald werkingsgebied kan worden geduld, de wijze waarop er zal worden ingegrepen om tot dat gewenste aantal te komen, en de preventie van schade. De consensus wordt eveneens overgemaakt aan het Agentschap voor Natuur en Bos, en is dwingend voor het volgende jachtseizoen.

De consensus die wordt bereikt op het niveau van een bepaalde wildbeheereenheid, moet wel passen binnen de afspraken die op het niveau van de faunabeheerzone werden gemaakt.

Het Jachtvoorwaardenbesluit bevat geen back-upplan voor het geval de partijen niet tot een akkoord komen.

Faunabeheerzones

Om tot een gestructureerd overleg te kunnen komen, moesten er eerst faunabeheerzones afgebakend worden.
Die zones werden eigenlijk al in maart van dit jaar afgebakend, maar het ministerieel besluit met de afbakening wordt nu pas, in volle jachtseizoen, gepubliceerd.

Het MB deelt het grondgebied van het Vlaamse Gewest in 10 zones in.
De buitengrenzen van de zones worden gevormd door natuurlijke barrières voor de zwijnen; door barrières die de verspreiding of uitwisseling tussen de leefgebieden bemoeilijken, zoals rivieren of kanalen, of grote wegen.

Door het gewest op te delen in faunabeheerzones probeert het ANB om een antwoord te bieden op de lokale situatie. Het aantal dieren en de overlast die zij eventueel veroorzaken, verschillen immers sterk van plaats tot plaats.

Schade-indicatoren

Om efficiënt te kunnen overleggen, moet de minister echter ook nog indicatoren vastleggen. Die moeten toelaten om de schade door de zwijnen te kunnen meten of inschatten. Het gaat dan bijvoorbeeld om schade door aanrijdingen, vraatschade, omgewoelde weiden en tuinen, of om het risico op overdracht van een wilde dierenziekte op de varkens,?
Maar die indicatoren zijn er nog niet.

In de praktijk hebben sommige lokale besturen en verenigingen niet gewacht op de officiële publicatie van de faunabeheerzones, en zijn zij ook niet van plan om te wachten op de schade-indicatoren, om in overleg te gaan.
Schauvliege gaf het ANB dan ook de opdracht om die reeds opgestarte, vrijwillige overleginitiatieven alvast te ondersteunen.

Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is het everzwijn sinds 2006 steeds nadrukkelijker aanwezig in Vlaanderen. Dat leidt tot gemengde reacties: ?De ene onthaalt het dier op gejuich, de andere ziet het dier liever zo snel mogelijk weer verdwijnen??

In werking op:

2 december 2016.

Bron: ? Ministerieel besluit van 16 maart 2016 tot vaststelling van de faunabeheerzones, BS 22 november 2016.

Bron: ? Ministerieel besluit van 18 oktober 2016 tot wijziging van het ministerieel besluit van 16 maart 2016 tot vaststelling van de faunabeheerzones, BS 22 november 2016.

Zie ook:

Besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 houdende vaststelling van de voorwaarden waaronder de jacht kan worden uitgeoefend, BS 12 juni 2014 (art. 54-55 van het Jachtvoorwaardenbesluit).