Sociaalprofessionele re-integratie op de reguliere arbeidsmarkt

Zoals bekend zet de overheid volop in op re-integratie. Het gaat eigenlijk om 2 sporen:

een procedure die gericht is op een re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers in de onderneming, en

een ?sociaalprofessionele re-integratie? op de arbeidsmarkt in het algemeen.

De regeling voor de 'sociaalprofessionele re-integratie' wordt ingevoegd in het KB op de geneeskundige verzorging en uitkeringen. Het wijzigings-KB dat daarvoor zorgt, treedt in werking op 1 december 2016, maar de gerechtigden kunnen de toepassing van de regels ten vroegste vragen vanaf 1 januari 2017.

2 sporen

In de eerste plaats gaat het om de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers. Bedoeling is om na te gaan in welke mate ze in de onderneming aan de slag kunnen blijven door hen tijdelijk of definitief een aangepast of ander werk te geven. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer heeft een sleutelrol in dit traject.
Het re-integratietraject voor arbeidsongeschikte werknemers wordt opgenomen in het KB van 28 mei 2003 op het gezondheidstoezicht. Met ingang van 1 december 2016, al kan een re-integratietraject pas ten vroegste starten vanaf 1 januari 2017.

Daarnaast introduceert een KB van 8 november 2016 een traject van re-integratie op de arbeidsmarkt in het algemeen (reguliere arbeidsmarkt). Voor arbeidsongeschikten die uitkeringen genieten en niet (meer) gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst, wordt binnen het KB van 3 juli 1996 op de geneeskundige verzorging en uitkeringen (in uitvoering van de Ziekteverzekeringswet) een afzonderlijk re-integratietraject gericht op ?sociaalprofessionele re-integratie? uitgewerkt. Hier is de adviserend geneesheer van het ziekenfonds de spilfiguur.

Dit re-integratietraject 'beoogt de sociaalprofessionele re-integratie te bevorderen van de gerechtigde die niet meer tewerkgesteld is of niet meer tewerkgesteld kan worden door zijn werkgever, door hem te begeleiden naar een functie bij een andere werkgever of in een andere bedrijfstak'.

Daartoe wordt in het KB van 3 juli 1996 een nieuwe afdeling ingevoegd: 'Afdeling VIquater - Re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie'.

Procedure: eerste inschatting restcapaciteiten

Ten laatste 2 maanden na de aangifte van de arbeidsongeschiktheid maakt de adviserend geneesheer, op basis van het medisch dossier van de gerechtigde, een eerste inschatting van zijn restcapaciteiten op. Er wordt een onderscheid gemaakt naargelang de gerechtigde op dat ogenblik al dan niet verbonden is door een arbeidsovereenkomst.

1/ Wanneer de gerechtigde op dat moment verbonden is door een arbeidsovereenkomst, plaatst de adviserend geneesheer de gerechtigde in één van de volgende 4 categorieën:

Categorie 1: er kan redelijkerwijze worden aangenomen dat de gerechtigde uiterlijk tegen het einde van de zesde maand van de arbeidsongeschiktheid spontaan het overeengekomen werk opnieuw kan uitoefenen.

Categorie 2: een werkhervatting lijkt om medische redenen niet tot de mogelijkheden te behoren.

Categorie 3: een werkhervatting is voorlopig niet aan de orde omdat de prioriteit dient uit te gaan naar de medische diagnose of de medische behandeling.

Categorie 4: een werkhervatting lijkt mogelijk te zijn door het aanbieden van (tijdelijk of definitief) aangepast werk of ander werk.

2/ Wanneer de gerechtigde op dat moment niet verbonden is door een arbeidsovereenkomst, plaatst de adviserend geneesheer de gerechtigde in één van de volgende 4 categorieën:

Categorie 1: er kan redelijkerwijze worden aangenomen dat de gerechtigde uiterlijk tegen het einde van de zesde maand van de arbeidsongeschiktheid een beroep op de reguliere arbeidsmarkt kan opnemen.

Categorie 2: het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt lijkt om medische redenen niet tot de mogelijkheden te behoren.

Categorie 3: het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt is voorlopig niet aan de orde omdat de prioriteit dient uit te gaan naar de medische diagnose of de medische behandeling.

Categorie 4: het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt lijkt mogelijk te zijn desgevallend na herscholing of een beroepsopleiding.

Procedure: preventieadviseur-arbeidsgeneesheer

De adviserend geneesheer gaat niet over tot een inschatting van de restcapaciteiten als de gerechtigde al aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer verzocht heeft om een re-integratietraject op te starten in het kader van het KB van 28 mei 2003 op het gezondheidstoezicht (eerste spoor).
In de volgende gevallen verwijst de adviserend geneesheer de gerechtigde door naar de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met het oog op het opstarten van zo'n re-integratietraject:

1/ De gerechtigde is, op het moment van de inschatting:

geplaatst in categorie 1,

nog altijd arbeidsongeschikt na 6 maanden,

nog steeds verbonden door een arbeidsovereenkomst, en

de adviserend geneesheer maakt, op basis van het medisch dossier van de gerechtigde, een nieuwe inschatting dat een werkhervatting mogelijk lijkt te zijn door het aanbieden van (tijdelijk of definitief) aangepast werk of ander werk.

2/ De gerechtigde is, op het moment van de inschatting:

geplaatst in categorie 3,

de adviserend geneesheer herbekijkt om de 2 maanden de situatie van de gerechtigde,

bij dergelijke ?herevaluatie? is gebleken dat voor de gerechtigde een werkhervatting mogelijk lijkt te zijn door het aanbieden van (tijdelijk of definitief) aangepast werk of ander werk en de gerechtigde is nog steeds verbonden door een arbeidsovereenkomst.

3/ De gerechtigde wordt in categorie 4 geplaatst. Een werkhervatting lijkt dus mogelijk te zijn door het aanbieden van (tijdelijk of definitief) aangepast werk of ander werk.

Zodra de adviserend geneesheer een kopie krijgt van het re-integratieplan (door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer), gaat hij na of het uitvoeren van het re-integratieplan een einde maakt aan de staat van arbeidsongeschiktheid (in het kader van de Ziekteverzekeringswet).

Indien het re-integratieplan bestaat uit een toegelaten arbeid bij de desbetreffende werkgever, is de gerechtigde er niet toe gehouden om de toelating van de adviserend geneesheer aan te vragen, maar gaat de adviserend geneesheer zelf na of het re-integratieplan overeenstemt met de voorwaarden voor een toegelaten arbeid. In voorkomend geval attesteert de adviserend geneesheer de modaliteiten van zijn toelating.

De adviserend geneesheer zal zo snel mogelijk zijn bevindingen meedelen aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. Als de adviserend geneesheer geen reactie geeft binnen de 3 weken na ontvangst van de kopie van het re-integratieplan, wordt er verondersteld dat het uitvoeren van het re-integratieplan geen einde zal maken aan de staat van arbeidsongeschiktheid en dat de beslissing van de adviserend geneesheer in verband met de toegelaten arbeid positief is.

Procedure: adviserend geneesheer

In de volgende gevallen start de adviserend geneesheer zelf een re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie:

1/ De gerechtigde is, op het moment van de inschatting:

geplaatst in categorie 1,

nog altijd arbeidsongeschikt na 6 maanden,

niet meer verbonden door een arbeidsovereenkomst en de adviserend geneesheer maakt, op basis van het medisch dossier van de gerechtigde, een nieuwe inschatting dat het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt mogelijk lijkt te zijn desgevallend na herscholing of een beroepsopleiding.

2/ De gerechtigde is, op het moment van de inschatting (geen arbeidsovereenkomst op het ogenblik van de eerste inschatting):

geplaatst in categorie 1,

nog altijd arbeidsongeschikt na 6 maanden,

en de adviserend geneesheer maakt, op basis van het medisch dossier van de gerechtigde, een nieuwe inschatting dat het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt mogelijk lijkt te zijn desgevallend na herscholing of een beroepsopleiding.

3/ De gerechtigde is, op het moment van inschatting (geen arbeidsovereenkomst op het ogenblik van de eerste inschatting):

geplaatst in categorie 3,

de adviserend geneesheer herbekijkt om de 2 maanden de situatie van de gerechtigde en bij dergelijke ?herevaluatie? is gebleken dat voor de gerechtigde het opnemen van een beroep op de reguliere arbeidsmarkt mogelijk lijkt te zijn desgevallend na herscholing of een beroepsopleiding.

4/ De gerechtigde is in categorie 4 geplaatst (geen arbeidsovereenkomst op het ogenblik van de eerste inschatting).

5/ Het re-integratietraject van de werknemer die definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk uit te voeren is beëindigd (in het kader van het KB van 28 mei 2003).

Procedure: medisch-sociaal onderzoek

In het kader van het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie roept de adviserend geneesheer de gerechtigde op voor een medisch-sociaal onderzoek.

Dat onderzoek vindt plaats binnen de maand nadat de adviserend geneesheer het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie heeft opgestart:

Het medisch-sociaal onderzoekt moet de restcapaciteiten van de gerechtigde en zijn mogelijkheden voor wedertewerkstelling nader bepalen.

Tijdens het medisch-sociaal onderzoek vraagt de adviserend geneesheer naar de ?inzichten van de gerechtigde? omtrent de inhoud van het aanbod van het re-integratieplan dat gericht is op sociaalprofessionele re-integratie.

De adviserend geneesheer deelt de bevindingen van het medisch-sociaal onderzoek mee aan de behandelend geneesheer van de gerechtigde.

Procedure: aanbod van re-integratieplan

Binnen een termijn van 4 weken na het medisch-sociaal onderzoek (eenmalig verlengbaar met een minimum 2 weken en maximum 4 weken), stelt de adviserend geneesheer een aanbod van re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie op. Hij overlegt wel eerst met de behandelend geneesheer van de gerechtigde. In voorkomend geval wordt de begeleider van de diensten en instellingen van de gewesten en de gemeenschappen die deelnemen aan de socioprofessionele re-integratie, geraadpleegd.

Let op! Van de verplichting om zo'n aanbod van re-integratieplan op te maken, kan de adviserend geneesheer alleen om gegronde medische redenen afwijken.

Verder gelden volgende modaliteiten:

De adviserend geneesheer brengt het aanbod van re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie zo spoedig mogelijk ter kennis van de gerechtigde.

Bij die gelegenheid nodigt de adviserend geneesheer de gerechtigde schriftelijk uit voor een gesprek.

Dit gesprek vindt plaats binnen de 2 weken te rekenen vanaf de uitnodiging, tenzij de gerechtigde zich om een geldige reden niet kan aanbieden. In dat geval laat de gerechtigde aan de adviserend geneesheer weten op welke datum, die binnen een termijn van maximaal 4 weken na de uitnodiging moet liggen, het gesprek wel kan plaatsvinden. De adviserend geneesheer stuurt dan een nieuwe schriftelijke uitnodiging naar de gerechtigde.

Tijdens het gesprek informeert de adviserend geneesheer de gerechtigde over de inhoud, de draagwijdte en de gevolgen van het re-integratieplan.

Als de gerechtigde akkoord gaat met de inhoud van het plan, wordt deze inhoud opgenomen in een overeenkomst die door de gerechtigde en de adviserend geneesheer wordt ondertekend.

De adviserend geneesheer volgt het re-integratieplan gericht op sociaalprofessionele re-integratie elke 3 maanden op, tenzij de elementen van het dossier een opvolging op een latere datum rechtvaardigen. Dat gebeurt in samenwerking met de gerechtigde en, in voorkomend geval, met de begeleider van de betrokken diensten en instellingen.

In werking

Zoals aangegeven, treedt het KB van 8 november 2016 in werking op 1 december 2016.

De gerechtigden beschikken over de mogelijkheid om de toepassing van de regels voor het re-integratietraject gericht op sociaalprofessionele re-integratie te vragen vanaf:

1 januari 2017 voor arbeidsongeschiktheden die aanvatten vanaf 1 januari 2016;

1 januari 2018 voor arbeidsongeschiktheden die aanvatten voor 1 januari 2016.

Ten vroegste 6 maanden na de inwerkingtreding van de nieuwe regels vraagt de minister die bevoegd is voor Sociale Zaken aan de sociale partners en aan de verzekeringsinstellingen om op regelmatige basis de doeltreffendheid en de effecten van de regeling in de praktijk te evalueren.

Bron: Koninklijk besluit van 8 november 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat de sociaalprofessionele re-integratie betreft, BS 24 november 2016