Gewijzigde bevoegdheden in nieuw tuchtregime FOD Financiën

Sinds 1 oktober 2016 is een nieuw tuchtregime van kracht voor federale ambtenaren. Met minder en vooral modernere sancties. Maar ook met meer uniformiteit, structuur en eenvoud in de procedure. De hervorming heeft ook gevolgen voor de hiërarchische meerderen. Zij behouden hun cruciale rol, maar hun takenpakket is grondig gewijzigd. Financiënminister Johan Van Overtveldt komt alvast met duiding voor de FOD Financiën.

Kortere tuchtprocedure

De tuchtprocedure is aanzienlijk ingekort. Van bij de start van de procedure krijgen ambtenaren een pak meer informatie en verweermiddelen aangereikt, waardoor een aantal tussenstappen konden worden geschrapt. Zo zullen de hiërarchische meerderen de betrokken ambtenaar nog wel horen, maar nadien geen 'voorlopig voorstel van tuchtstraf' meer opmaken. De elementen die hem ten laste worden gelegd, de sancties die hij riskeert, de mogelijkheid om zich te laten bijstaan en zich te verweren tijdens het verhoor, komen binnen de nieuwe procedure immers al uitgebreid in de oproepingsbrief aan bod. De items nogmaals doorlopen met mogelijkheid op verweer is overbodig. De ambtenaar krijgt wel nog de kans om de notulen van het verhoor te bekijken en eventuele bezwaren door te geven.
Nadien stuurt de hiërarchische meerdere het dossier door naar het bevoegde Directiecomité dat de betrokkene opnieuw zal oproepen om te verschijnen voor verhoor. Het Directiecomité doet dan een voorstel van tuchtstraf en betekent die aan de betrokken ambtenaar. Die kan dan binnen de 20 dagen beroep aan tegen bij de bevoegde raad van beroep.
Voor ambtenaren van niveaus B, C en D wordt de tuchtstraf uiteindelijk uitgesproeken 'door de tot benoeming bevoegde overheid'. Voor ambtenaren van niveau A is de minister bevoegd voor het opleggen van een terechtwijzing, de inhouding van de wedde en de verplaatsing bij tuchtmaatregel. De regering spreekt het ontslag van ambtswege en de afzetting uit.

Wie is bevoegd binnen de FOD Financiën?

Voor iedere FOD moet de bevoegde minister of de voorzitter van het Directiecomité aangeven wie de bevoegde hiërarchische meerderen zijn binnen de nieuwe tuchtprocedure. Johan Van Overtveldt doet dit nu voor de FOD Financiën.

Management- en staffunctiesDe Voorzitter van het Directiecomité is de bevoegde hiërarchische meerdere voor de houders van een managementfunctie -1 of -2 en de houders van een staffunctie -1 of -2.

Operationele diensten en FedorestVoor de ambtenaren van de operationele diensten (o.a. de Administratie Douane en Accijnzen, de Bijzondere Belastinginspectie), van de andere diensten (o.a. de stafdienst Personeel en Organisatie en de Dienst voor Operationele Coördinatie en Communicatie) en van Fedorest is de bevoegde hiërarchische meerdere:voor ambtenaren van klasse A4 of A5: de houder van de managementfunctie of de staffunctie die zich in de structuur van de entiteit waar de betrokken ambtenaar is geaffecteerd, hiërarchisch de plaats bekleedt welke het dichtst bij die van de betrokken ambtenaar staat, in voorkomend geval de Voorzitter van het directiecomité; voor ambtenaren van klasse A3, A2 of A1 of van niveau B, C of D: de ambtenaar behorend tot de klasse A4 die in de structuur van de entiteit waar de betrokken ambtenaar is geaffecteerd, hiërarchisch de plaats bekleedt welke het dichtst bij die van de betrokken ambtenaar staat.

Autonome dienstenDe voorzitter van het Directiecomité vormt dan weer de hiërarchische meerdere voor de voorzitters van de colleges van de autonome diensten op het niveau van de Voorzitter van het Directiecomité. Voor de andere leden van de colleges en de ambtenaren van de autonome diensten op het niveau van de voorzitter van het Directiecomité vervult de voorzitter van het college van de autonome dienst waar de betrokkene deel van uitmaakt die rol.

Afwezig of verhinderd

Is de bevoegde hiërarchische meerdere afwezig en is er niemand formeel tijdelijk aangesteld als leidinggevende van de ambtenaar die betrokken is in een tuchtprocedure, dan wordt de houder van een management- of staffunctie of een ambtenaar behorend tot dezelfde of een hogere klasse als de aangeduide hiërarchische meerdere die in de organisatiestructuur in de opklimmende orde van de hiërarchie de plaats bekleedt welke het dichtst staat bij de ambtenaar die het voorwerp uitmaakt van een tuchtprocedure aangewezen als hiërarchische meerdere.
Ook wanneer de aangewezen hiërarchische meerdere niet over de vereiste wettelijke taalkennis beschikt wordt een vervanger aangewezen.

12 december 2016

Het MB van 30 november 2016 treedt in werking op 12 december, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Het MB van 28 oktober 2013 wordt opgeheven.

Bron: Ministerieel besluit van 30 november 2016 tot aanwijzing, bij de Federale Overheidsdienst Financiën, van de bevoegde hiërarchische meerderen voor de toepassing van artikel 78 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, BS 2 december 2016.

Bron:

Zie ook:

Ministerieel besluit van 17 december 2012 tot aanwijzing van de hiërarchische meerderen die bevoegd zijn om een voorlopig voorstel van tuchtstraf te formuleren, BS 21 december 2012.

Koninklijk besluit van 19 juli 2013 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op het statutair personeel, BS 2 augustus 2013.

Koninklijk besluit van 3 augustus 2016 tot wijziging van diverse tuchtrechtelijke bepalingen betreffende het Rijkspersoneel, BS 24 augustus 2016.