Basisbankdienst mag in 2017 maximaal 15,44 euro kosten

Banken mogen in 2017 iets maar aanrekenen voor de verplichte basisbankdienst. Maximaal 15,44 euro. In 2016 lag het maximum op 15,17 euro.
Wie geen gewone zichtrekening kan krijgen bij een bank - bijvoorbeeld wegens zijn financiële situatie - heeft altijd recht op een basisbankdienst. Die basisbankdienst - die bestaat uit een zichtrekening en eventueel een debetkaart - mag de klant niet veel kosten. De bank beslist in principe zelf hoeveel ze aanrekent voor de basisbankdienst. Maar er is een maximum. In 2017 gaat het om hoogstens 15,44 euro.
Met de basisbankdienst kan de klant geld en cheques op zijn zichtrekening laten zetten en geld afhalen. Overschrijvingen, doorlopende betalingsopdrachten en domiciliëringen zijn ook mogelijk. Net als betalingen met een betaalkaart of een soortgelijk instrument.
In de maximumprijs van 15,44 euro zitten de kosten voor de opening, het beheer en eventueel de sluiting van de zichtrekening. Ook de kosten voor de rekeninguittreksels zitten in die prijs, net als de kosten voor een beperkt aantal manuele verrichtingen per jaar.
In principe mag de bank de basisbankdienst niet weigeren. In een beperkt aantal gevallen mag dat toch. Bijvoorbeeld wanneer de aanvrager al over een basisbankdienst beschikt of een andere zichtrekening heeft, eventueel bij een andere bank. Of wanneer hij rekeningen heeft waarop samen minstens 6.000 euro staat. Of bij kredietovereenkomsten voor minstens 6.000 euro. Ook bij een veroordeling wegens oplichting, misbruik van vertrouwen, frauduleus faillissement, valsheid in geschrifte of witwassen van geld kan de bank de basisbankdienst weigeren.

Bron: Bericht. Maximale prijs voor de basis-bankdienst - Koninklijk besluit van 7 september 2003 houdende bepaalde uitvoeringsmaatregelen van de wet van 24 maart 2003 tot instelling van een basis-bankdienst, BS 13 december 2016

Zie ook:

Wetboek van economisch recht (art. VII.57)