Wetgever verankert algemeen gebruik van dwangbevel door RSZ

Het gebruik van het dwangbevel door de RSZ voor de inning van bijdragen wordt de algemene regel. De e-Box van de sociale zekerheid - een beveiligde mailbox voor ondernemingen - wordt gebruikt als algemeen communicatiemiddel.

In uitvoering van het Justitieplan worden de instellingen van sociale zekerheid zodanig georganiseerd dat ze zichzelf een uitvoerbare titel kunnen toekennen voor niet-betwiste zaken.

Algemeen gebruik

Het gebruik van het dwangbevel is niet nieuw voor de RSZ. Maar een wet van 1 december 2016 zorgt ervoor dat men ook in de gevallen waar nu nog gedagvaard wordt, kan overgaan tot een invordering via dwangbevel.

Het veralgemeend gebruik van het dwangbevel wordt verankerd in de RSZ-wet. De volledige regeling zit voortaan in die wet, terwijl de huidige regeling voorziet in een machtiging aan de Koning om de vervolging bij wijze van dwangbevel te regelen.
Het dwangbevel wordt dus de regel en de dagvaarding de uitzondering: 'De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid gaat over tot invordering bij wijze van dwangbevel van de aan hem verschuldigde bedragen, onverminderd zijn recht om voor de rechter te dagvaarden.'

Een paar specifieke bepalingen, zoals de bepalingen over het gebruik van het dwangbevel bij dienstencheque-ondernemingen zijn overbodig geworden en zijn dus weggelaten in de nieuwe regeling. Maar dat betekent natuurlijk niet dat de RSZ zijn werkwijze aanpast.
Redactionele wijzigingen en terminologische aanpassingen stroomlijnen de invoering van het veralgemeend gebruik van het dwangbevel. Logischerwijs herneemt de regeling in de wet ook regels die voordien in het uitvoeringsbesluit bij de RSZ-wet zaten. Overbodige bepalingen worden opgeheven.

Komen aan bod in de algemene regeling:

het kohier en de uitvoerbaarverklaring van dit kohier;

de uitvoerbaarverklaring van het dwangbevel;

de betekening van het dwangbevel;

de mogelijkheid tot verzet tegen het dwangbevel bij de arbeidsrechtbank (met uitdrukkelijke toevoeging: de termijnen van hoofdstuk VIII, Eerste deel van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op de verzetstermijn);

het bewarend beslag en de middelen tot tenuitvoerlegging op basis van het dwangbevel;

de kosten.

Enkele krachtlijnen:

De bijdragen, bijdrageopslagen, verwijlintresten ? kunnen worden ingevorderd door middel van een dwangbevel vanaf het ogenblik dat het bijzonder kohier waarin zij zijn opgenomen uitvoerbaar is verklaard.

Een uitvoerbaar verklaard kohier geldt als uitvoerbare titel met het oog op de invordering.

Het dwangbevel wordt aan de schuldenaar bij gerechtsdeurwaardersexploot betekend. De betekening bevat een bevel om te betalen binnen de 24 uren op straffe van tenuitvoerlegging door beslag, én een boekhoudkundige verantwoording van de gevorderde bedragen en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring.

De schuldenaar kan tegen het dwangbevel verzet aantekenen voor de arbeidsrechtbank van zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel.

De uitoefening van verzet tegen het dwangbevel schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel en de verjaring van de schuldvorderingen opgenomen in het dwangbevel, tot de uitspraak over de gegrondheid ervan is geveld. De reeds eerder gelegde beslagen behouden hun bewarend karakter.

De RSZ mag bewarend beslag laten leggen en het dwangbevel uitvoeren.

De betekeningskosten van het dwangbevel en de kosten van tenuitvoerlegging of van bewarende maatregelen zijn ten laste van de schuldenaar.

Minister Maggie De Block benadrukt in het bijhorend commissieverslag dat het dwangbevel niet op een ongenuanceerde manier wordt ingevoerd. 'De vaststelling dat de meeste rechtszaken die door de RSZ aanhangig worden gemaakt, aanleiding geven tot een gerechtelijk afbetalingsplan impliceert dat ook het administratieve proces moet worden verbeterd', aldus de minister.

Platform

De wetgever verleent ook een machtiging aan de RSZ om, in het kader van een concessie van openbare dienst, het ontwikkelen en het beheer van een toekomstig informaticaplatform te delegeren.
De administratieve en gerechtelijke invordering is een opdracht van openbare dienst die door de RSZ kan worden gedelegeerd aan een concessiehouder, zo bepaalt de nieuwe wet. Het zal dus mogelijk worden om uitvoerbare titels voor onbetaalde schuldvorderingen digitaal te centraliseren. Met een automatische overdracht van de invorderingsdossiers naar de territoriaal bevoegde gerechtsdeurwaarders.

Uiteraard voorziet de wetgever in specifieke waarborgen voor de medegedeelde en verwerkte persoonlijke gegevens. Zo bepaalt de wet bijvoorbeeld dat enkel de gegevens die noodzakelijk zijn voor de invordering verwerkt kunnen worden. Het gaat dan meer bepaald om gegevens die opgenomen zijn in de te betekenen en uit te voeren uitvoerbare titels, zoals het identificatienummer van de schuldenaars bij de RSZ. En de mededeling van de persoonlijke gegevens van de schuldenaars van de RSZ aan de concessiehouder en aan de gerechtsdeurwaarders én de verwerking ervan, hebben als enig doel de invordering van de onbetaalde schuldvorderingen waarmee de RSZ belast is.

De RSZ is de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonlijke gegevens. Hij is bevoegd om deze gegevens mee te delen aan de concessiehouder en aan de gerechtsdeurwaarders. De concessiehouder mag deze niet langer bewaren dan de termijn noodzakelijk om de invorderingsprocedure tot een einde te brengen.

e-Box

Alle communicatie van de instellingen van sociale zekerheid met een onderneming of mandataris of met een curator gebeurt door middel van een elektronische techniek via de beveiligde mailbox. Het gaat om een aanvulling van de wet op de modernisering van het beheer sociale zekerheid.

Let wel, een KB moet de datum van inwerkingtreding nog vastleggen, na advies van het Beheerscomité van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid. Die datum kan verschillen per instelling van sociale zekerheid of per soort communicatie, zo blijkt uit de wet.
Om te voorkomen dat een werkgever plots met een beslag wordt geconfronteerd omdat hij geen acht heeft geslagen op zijn e-Box, is er sprake van een gefaseerde inwerkingtreding. De timing van de aangetekende zendingen via de e-Box zal dus worden bepaald bij KB.

Tijdens een overgangsperiode zal de RSZ bepaalde documenten op papier blijven versturen naar werkgevers die hun e-Box nog niet hebben geactiveerd, vergezeld van een uitnodiging om deze met spoed te activeren.

Dankzij het algemeen gebruik van de e-Box kunnen de instellingen van sociale zekerheid elektronische berichten en aangetekende zendingen versturen naar de ondernemingen, en naar hun mandatarissen en de curatoren. Via dat kanaal kan men ook alle relevante informatie en documenten opsturen.

In werking

De wet van 1 december 2016 treedt globaal genomen in werking op 1 januari 2017.

Bron: Wet van 1 december 2016 tot wijziging van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en tot opheffing van hoofdstuk III, afdeling 3, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wat betreft de invordering door middel van dwangbevel door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en tot wijziging van de wet van 24 februari 2003 betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid en betreffende de elektronische communicatie tussen ondernemingen en de federale overheid, BS 29 december 2016