Terrorisme in Arbeidsongevallenwet overheidspersoneel: ook waarborgen voor politie (art. 3 en 9 DB ambtenarenzaken)

Overheidspersoneel dat tijdens de uitoefening van zijn ambt het slachtoffer wordt van terrorisme, geniet de waarborgen van de arbeidsongevallenwetgeving. Via de Wet Diverse Bepalingen Ambtenarenzaken van 11 december 2016 wordt het begrip expliciet opgenomen in de Arbeidsongevallenwet voor Overheidspersoneel van 3 juli 1967. En dat met retroactieve inwerkingtreding vanaf 1 januari 2016 zodat ook de ambtenaren die getroffen zijn door de aanslagen van 22 maart 2016 kunnen genieten van de voordelen.

De regeling wordt ingevoerd naar analogie met bepalingen die sinds de aanslagen van 9/11 gelden in de privésector.

Ook voor politie

Een zekerheid, ook voor onze politiemensen. De Arbeidsongevallenwet voor Overheidspersoneel is immers van toepassing op de

de leden van de federale politie, de algemene inspectie van de federale politie en de lokale politie inclusief de in artikel 4, § 2, van de wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, bedoelde militairen, zolang zij tot het administratief en logistiek korps behoren;

de korpsen van de lokale politie inclusief de in artikel 4, § 2, van de wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, bedoelde militairen, zolang zij tot het administratief en logistiek korps behoren.

Elk van hen kan onder meer rekenen op een vergoeding van de lichamelijke schade en medische kosten, een vergoeding voor (tijdelijke) arbeidsongeschiktheid en een uitkering bij overlijden wanneer zij tijdens de uitoefening van hun ambt slachtoffer werden van een ongeval dat veroorzaakt wordt door terrorisme en daardoor een letsel hebben opgelopen.

Omschrijving terrorisme

Maar de Arbeidsongevallenwet zelf geeft geen omschrijving van het begrip terrorisme. Daarvoor verwijst de wetgever naar de 'Wet verzekering schade veroorzaakt door terrorisme van 1 april 2007'. Die omschrijft terrorisme als 'een clandestien georganiseerde actie of dreiging van actie met ideologische, politieke, etnische of religieuze bedoelingen, individueel of door een groep uitgevoerd, waarbij geweld wordt gepleegd op personen of de economische waarde van een materieel of immaterieel goed geheel of gedeeltelijk wordt vernield, ofwel om indruk te maken op het publiek, een klimaat van onveiligheid te scheppen of de overheid onder druk te zetten, ofwel om het verkeer of de normale werking van een dienst of een onderneming te belemmeren'. Het zogenaamde Terrorismecomité beslist of een gebeurtenis al dan niet beantwoordt aan deze definitie.

Vermoeden behoudens tegenbewijs

Artikel 2 van de Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel verleent het slachtoffer 'een vermoeden' dat het ongeval zich tijdens de uitoefening van zijn ambt heeft voorgedaan. Dit vermoeden geldt behoudens tegenbewijs. Voortaan is dit vermoeden dus ook van toepassing op ongevallen veroorzaakt door terrorisme: 'het ongeval veroorzaakt door terrorisme zoals bepaald in de wet van 1 april 2007?, en overkomen tijdens de uitoefening van het ambt, wordt geacht te zijn overkomen door de uitoefening van het ambt'.

Bron: Wet van 11 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake ambtenarenzaken, BS 22 december 2016. (art. 3 en 9 DB ambtenarenzaken).