Duaal leren in Vlaanderen: tijdelijk project 'schoolbank op de werkplek'

Tijdens de schooljaren 2016-2017, 2017-2018 en 2018-2019 wordt in een aantal vormingscentra het tijdelijke project ?schoolbank op de werkplek? georganiseerd rond duaal leren in de leertijd.

Dat blijkt uit een besluit van de Vlaamse Regering dat retroactief in werking treedt op 1 september 2016. Toch is de tekst pas op 31 januari 2017 verschenen in het Belgisch Staatsblad. Het besluit van 28 oktober 2016 is al bekrachtigd door een decreet dat eerder verschenen is.

Experiment

Het tijdelijke project wordt opgevat als een experiment rond duaal leren, waarbij een lescomponent en een werkplekcomponent met elkaar worden gecombineerd:

?lescomponent?: het deel van de opleiding dat lessen in het centrum of met lessen gelijkgestelde activiteiten omvat, buiten de werkplekcomponent;

?werkplekcomponent?: het deel van de opleiding dat op een gesimuleerde of reële werkplek buiten de school plaatsvindt. Gesimuleerde werkplekken komen wel enkel in aanmerking voor zover ze eigen zijn aan de sector of de onderneming of ook door werknemers binnen een sector of onderneming gebruikt dienen te worden.

Beide componenten zijn uiteraard inhoudelijk op elkaar afgestemd. Dat wordt expliciet vermeld in het besluit.

Doelgroep

Het tijdelijke project richt zich tot:

?quasi arbeidsrijpe leerlingen?;

?arbeidsrijpe leerlingen?.

Voor een 'quasi arbeidsrijpe leerling' wordt in een aanloopfase gewerkt aan de verbetering van zijn arbeidsattitudes, tot het centrum en de onderneming samen bepalen dat de leerling arbeidsrijp is.
De werkplekcomponent wordt ingevuld via een specifieke overeenkomst die aan bod komt in het decreet op de alternerende opleidingen.

Via dit tijdelijke project wil de overheid gegevens verzamelen die moeten toelaten om beleidsconclusies te trekken, 'met het oog op al dan niet organieke implementatie'.
Ter verduidelijking stipt het besluit een reeks items aan. Het gaat bijvoorbeeld om beleidsconclusies over de aanwending van subsidies voor duaal leren. Of over de implementatie van standaardtrajecten binnen een schoolse context én een ondernemingscontext.

Opleidingen

In het tijdelijke project kunnen volgende opleidingen opgenomen worden:

chemische procestechnieken duaal;

elektrische installaties duaal;

elektromechanische technieken duaal;

groen- en tuinbeheer duaal;

haarverzorging duaal;

ruwbouw duaal;

zorgkundige duaal.

De opleidingen zijn in principe tweejarig, met uitzondering van de hier opgesomde opleidingen die eenjarig zijn. Let wel, een opleiding kan in de loop van het schooljaar uiterlijk op de eerste lesdag van oktober met leerlingen worden opgestart. En een opleiding kan in het schooljaar 2018-2019 niet meer worden opgestart.
Door opname van de component 'duaal' in de benaming wordt verduidelijkt dat het conceptueel nieuwe opleidingen zijn met een vaste duur van een of twee jaar.

Verder gelden volgende algemene regels:

In het tijdelijke project kunnen alle opleidingen, samengenomen, maximaal vijf keer worden aangeboden. De centra overleggen met Syntra Vlaanderen en de betrokken sectoren op basis van een reeks voorwaarden die opgenomen zijn in het besluit. Zo kan een projectdeelname alleen op basis van vrijwilligheid van het centrumbestuur.

De voorstellen voor deelname aan het tijdelijke project worden ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde ministers.

Voor elke opleiding wordt een standaardtraject gehanteerd. De centra kunnen standaardtrajecten, voor intern gebruik, wel vertalen naar eigen leerplannen die geen overheidsgoedkeuring nodig hebben maar wel aan alle voorwaarden van de standaardtrajecten moeten voldoen.

Leerlingen

Zodra men in samenspraak met de leerling kiest voor een opleiding van het tijdelijke project, zal een niet-bindend advies worden gegeven (op basis van een screening) over de quasi arbeidsrijpheid of arbeidsrijpheid van de leerling. Dat advies gaat uit van de voltallige klassenraad (of het begeleidingsteam van de laatste opleiding) en de trajectbegeleider en het centrum.

Het centrum en de leerling kiezen samen een geschikte onderneming. Bemiddeling is mogelijk. Dan volgt een intakegesprek. Als er binnen twintig opleidingsdagen, hetzij vanaf de start van de effectieve eerste lesbijwoning, hetzij na de beëindiging van een eerdere overeenkomst, geen overeenkomst is gesloten, moet de duale opleiding worden stopgezet.

Bij zijn studieverandering naar een andere opleiding in hetzelfde of in een ander centrum of naar een school, en met behoud van de toepassing van de toelatingsvoorwaarden kan een eventuele volzetverklaring of capaciteitsoverschrijding nooit op die leerling van toepassing zijn. Het centrum zal de noodzaak van studieverandering schriftelijk bevestigen en in het leerlingdossier opnemen.
Zolang er geen overeenkomst loopt, wordt de opleiding georganiseerd via lessen in het centrum. De afwezigheid van de leerling is van rechtswege gewettigd tijdens de opleidingsuren waarop intakegesprekken zijn gepland (met inbegrip van de verplaatsingen).

Opleidingsplan

Bij de overeenkomst wordt een opleidingsplan gevoegd, dat betrekking heeft op het individuele leertraject dat wordt afgeleid van het standaardtraject. Het opleidingsplan slaat op de lescomponent en de werkplekcomponent en is afgestemd op de specifieke behoeften en mogelijkheden van de leerling. Het houdt in elk geval rekening met de ondernemingscontext en het feit of de leerling quasi arbeidsrijp dan wel arbeidsrijp is.

De trajectbegeleider is belast met de opvolging van het opleidingsplan, de eventuele actualisatie ervan, en de begeleiding van de leerling in overleg met de mentor. De trajectbegeleider, het begeleidingsteam en de mentor bewaken de trajectvoortgang van de leerling.

Let op! Het besluit somt specifieke voorwaarden op om als ?regelmatige leerling? te worden toegelaten, afhankelijk van de opleiding.

Op een leerling die vrijwillig de duale opleiding stopzet en, met behoud van de toepassing van de toelatingsvoorwaarden, overstapt naar een andere opleiding in hetzelfde centrum, kan een eventuele volzetverklaring of capaciteitsoverschrijding nooit van toepassing zijn. Er is sprake van een ?overstapmogelijkheid?.
Net als bij de noodzaak tot studieverandering is het de bedoeling om de 'loopbaan' van de leerling te vrijwaren.

Studiebekrachtiging

Het begeleidingsteam beslist, na leerlingenevaluatie, over de studiebekrachtiging voor elke regelmatige leerling op het einde van de duale opleiding of bij de vroegtijdige stopzetting van de duale opleiding.

In afwijking van de bestaande studiebekrachtiging kunnen wel volgende studiebewijzen in duale opleidingen worden toegekend:

Een diploma van secundair onderwijs of een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad (specialisatiejaar), naargelang van het geval. Dit studiebewijs geldt als een onderwijskwalificatie.

Een certificaat. Dit studiebewijs geldt niet als een onderwijskwalificatie, maar wel als een beroepskwalificatie.

Een deelcertificaat. Dit studiebewijs wordt toegekend voor een cluster van competenties (of een combinatie van clusters ) en geldt als een deel van een beroepskwalificatie.

Een attest van verworven competenties (als de leerling niet in aanmerking komt voor een van de studiebewijzen).

Een ?studiebewijssupplement? kan de inhoud van de opleiding en de structuur van het onderwijs in het land waar de leerling zijn opleiding heeft gevolgd, verduidelijken. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, krijgt hier de bevoegdheid om een en ander verder uit te werken.

De trajectbegeleider en de mentor (of mentoren) zijn ambtshalve leden van het begeleidingsteam. Het centrum en de onderneming maken praktische afspraken over het functioneren van de mentor in het begeleidingsteam.

Voor de opleidingen in het tijdelijke project somt het besluit gegevens op (als verplichte onderdelen) van een addendum bij het centrumreglement, zoals bijvoorbeeld de screening, het intakegesprek en de trajectbegeleiding waaraan de leerling zich moet onderwerpen.
Tijdens de periodes dat de leerling de werkplekcomponent effectief invult, moet een vertegenwoordiger van het centrum waar de leerling is ingeschreven of een trajectbegeleider van Syntra Vlaanderen, bereikbaar zijn.

Tot slot kunnen we aanstippen dat tijdens het tijdelijke project toezicht wordt gehouden volgens het geïntegreerde kwaliteitskader voor beroepskwalificerende trajecten. Dat gebeurt door een team dat samengesteld is uit leden van de onderwijsinspectie, afgevaardigden van Syntra Vlaanderen en van de VDAB, in een steekproef van centra en ondernemingen. Zowel in het centrum als op de werkvloer wordt er toezicht gehouden op het traject.

Bedoeling is om in het schooljaar 2018-2019 tot een eindevaluatie te komen.

In werking

Het besluit van 28 oktober 2016 treedt retroactief in werking op 1 september 2016. En dit besluit houdt op uitwerking te hebben op 1 september 2019.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 betreffende het tijdelijke project ?schoolbank op de werkplek? rond duaal leren in de leertijd, BS 31 januari 2017