Vlaamse vrijstelling van beschikbaarheid voor arbeidsmarkt wegens studie, opleiding of stage

In een besluit van 23 december 2016 stipt de Vlaamse Regering aan welke rechthebbende werkzoekenden in aanmerking komen voor de vrijstelling van beschikbaarheid wegens studies, opleiding of stage.

Vrijstelling van beschikbaarheid

Het gaat om een overgedragen bevoegdheid. Dankzij de uitwerking van de zesde staatshervorming kan Vlaanderen, specifiek voor het Vlaamse Gewest, de voorwaarden omschrijven die gekoppeld zijn aan de vrijstelling van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt met behoud van uitkeringen in geval van studies, opleiding of stage.

Het nieuwe besluit past in een regelgevend proces waarbij de wetgeving met betrekking tot de overgedragen bevoegdheden wordt opgenomen in de Vlaamse regelgeving. Samengevat komt het erop neer dat de federale overheid bevoegd blijft voor het normatief kader, zonder afbreuk te doen aan de gewestelijke bevoegdheid om in dit geval vrijstellingen toe te kennen.

Volgende teksten worden nu aangepast:

KB van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (Werkloosheidsbesluit wordt afgestemd op de nieuwe situatie);

KB van 11 maart 2003 tot vaststelling van de op de beroepsinlevingsovereenkomst toepasselijke minimumvergoeding; en

besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding.

Algemene principes

Zoals bekend, heeft de Vlaamse overheid eerder al eigen accenten gelegd. Dat gebeurde via een decreet van 24 april 2015 houdende de implementatie van de zesde staatshervorming. Het beleidsdomein Werk en Sociale Economie (WSE) kreeg nieuwe bevoegdheden, waaronder het controleren en sanctioneren van werkzoekenden bij de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.
Daarop heeft een besluit de regels voor de organisatie van de arbeidsbemiddeling aangepast, voor wat betreft de activering en de opvolging van het zoekgedrag. Belangrijkste onderdeel was hier de invoeging - met ingang van 1 januari 2016 - van een nieuwe titel: ?Titel III/1. Activering en beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.?

Aan die titel van het besluit van 5 juni 2009 wordt nu een hoofdstuk toegevoegd, dat luidt: ?Vrijstellingen?.

De vrijstelling van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt voor een studie, opleiding of stage die door VDAB wordt toegekend aan de verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, houdt in dat die werkzoekende niet hoeft in te gaan op een passend aanbod of passende dienstbetrekking, en dat hij zich niet langer moet integreren op de arbeidsmarkt voor de duurtijd van de vrijstelling.

Let wel, de werkzoekende moet ingaan op afspraken bij de VDAB die gericht zijn op de opvolging en hij moet de studie, opleiding of stage regelmatig blijven volgen voor de duurtijd van de vrijstelling.

De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld worden gedurende de periode waarin hij ?andere? studies, opleidingen of stages volgt dan die die expliciet aan bod komen in de nieuwe regeling. Zo zal de VDAB bijvoorbeeld studies, opleidingen en stages aanvaarden als ze passen in het traject naar werk. De vraag om vrijstelling moet bijvoorbeeld ook aankomen bij de VDAB vóór de start van de studie, opleiding of stage.
Die voorwaarden zijn ook van toepassing als het gaat om een studie, opleiding of stage in het buitenland. Maar dan moeten er bovendien nog aanvullende voorwaarden vervuld zijn opdat er sprake zou kunnen zijn van een vrijstelling. Bijvoorbeeld: de vrijstelling geldt voor een periode van maximum 3 maanden (eenmaal verlengbaar met ten hoogste 9 maanden).
De verplicht ingeschreven werkzoekende kan slechts één keer van deze vrijstelling genieten.

Daarnaast kan de verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, van de VDAB de toelating krijgen om een studie, opleiding of stage te volgen zonder vrijstelling van beschikbaarheid, maar met behoud van uitkeringen.

Vrijstellingen

Onder de noemer 'algemene principes bij vrijstellingen' somt men types van vrijstellingen op, telkens gekoppeld aan specifieke voorwaarden die opgenomen zijn in het nieuwe besluit:

1/ De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt en die met de VDAB een opleidingsovereenkomst heeft gesloten van minstens 4 weken en gemiddeld minstens 20 uur per week, wordt ambtshalve vrijgesteld voor de duur van de opleidingsovereenkomst, met een maximum van 12 maanden. Duurt de opleidingsovereenkomst langer, dan kan de vrijstelling automatisch verlengd worden tot het einde van de opleidingsovereenkomst, zonder tussenkomst van de werkzoekende.
Is er sprake van een 'individuele beroepsopleiding' (IBO), dan wordt een halftijdse betrekking in de onderneming waar de individuele beroepsopleiding plaatsvindt, gelijkgesteld met gemiddeld 20 uur per week.

Let op! Het besluit stelt expliciet dat er enkel aanleiding kan zijn tot het verlenen van een vrijstelling. Er kunnen dus geen andere rechten aan ontleend worden.

2/ De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, wordt vrijgesteld gedurende de periode waarin hij een ?onderwijskwalificerende opleiding? volgt in een onderwijsinstelling, met een opleidingsovereenkomst die met de VDAB werd afgesloten en met een maximumduur van 12 maanden (vrijstelling automatisch verlengbaar tot het einde van de opleidingsovereenkomst, zonder tussenkomst van de werkzoekende).

3/ De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan op zijn verzoek een vrijstelling verkrijgen voor de periode waarin hij studies van het secundair onderwijs volgt, mits de voorwaarden vervuld zijn. Bijvoorbeeld: de verplicht ingeschreven werkzoekende is niet als vrije leerling ingeschreven en woont de activiteiten, opgelegd door het studieprogramma, bij. Het besluit voorziet hier, op verzoek en gekoppeld aan strikte voorwaarden, ook in een vrijstelling voor de periode waarin men een alternerende opleiding (decreet van 10 juni 2016) volgt.
De verplicht ingeschreven werkzoekende kan slechts één keer van de vrijstelling genieten.

4/ De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan vrijgesteld worden gedurende de periode waarin hij een studie hoger onderwijs volgt die voorbereidt op een beroep waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat. Die lijst van studies wordt vastgesteld door de raad van bestuur van de VDAB. Het besluit somt de voorwaarden op die gekoppeld zijn aan deze vrijstelling.

5/ De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan op zijn verzoek een vrijstelling verkrijgen voor de periode waarin hij een opleiding of het begeleidingstraject voor de vorming en opleiding in een zelfstandig beroep volgt, mits de voorwaarden daartoe vervuld zijn.
De verplicht ingeschreven werkzoekende kan slechts één keer van de vrijstelling genieten.

6/ De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt en die als kandidaat-ondernemer een overeenkomst sluit met een activiteitencoöperatie, kan voor de periode van die overeenkomst een vrijstelling krijgen, mits de voorwaarden daartoe vervuld zijn.
De vrijstelling wordt toegekend voor de duur van de overeenkomst, met een maximum van 12 maanden. Ze kan verschillende keren worden toegekend, op voorwaarde dat de gecumuleerde duur van de periodes van vrijstelling voor een of meer overeenkomsten niet meer bedraagt dan 18 maanden.

Werkingsprincipes

Een aparte afdeling somt de werkingsprincipes op:

De vrijstelling wordt toegekend voor de duurtijd van de studie, opleiding of stage, met inbegrip van de daarin gelegen vakantieperiodes, maar beperkt tot 12 maanden.

De vrijstelling kan (tenzij anders is bepaald) telkens verlengd worden voor een periode van ten hoogste 12 maanden als de studie, opleiding of stage op regelmatige wijze wordt gevolgd en de werkzoekende actief meewerkt aan de door de VDAB voorgestelde acties. Hij moet zijn opleidingsjaar met vrucht hebben afgerond.

Wie al een vrijstelling had gekregen van de RVA (met toepassing van het werkloosheidsbesluit, zoals van kracht vóór 1 januari 2017), blijft vrijgesteld voor de duurtijd van de gegeven vrijstelling, beperkt tot 12 maanden na de initiële beslissing tot vrijstelling. Een vernieuwing van de vrijstelling (aanvragen bij de VDAB) kan onder de nieuwe regels. Wie al een vrijstelling had gekregen in een ander gewest, blijft ook vrijgesteld.

De raad van bestuur van de VDAB bepaalt de inhoud en het model van de documenten voor de aanvraag van een vrijstelling, en hoe de aanvraag verloopt.

Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet langer voldoet aan de voorwaarden, wordt zijn vrijstelling stopgezet. De VDAB kan een aanwezigheidsattest vragen aan de werkzoekende met vrijstelling.

Als een formeel afsprakenblad, gemaakt in het kader van de vrijstelling, niet wordt nageleefd, kan een ?ultiem afsprakenblad? worden opgesteld.

Als de controledienst een negatieve beslissing neemt, dan wordt de vrijstelling stopgezet.

De verplicht ingeschreven werkzoekende van wie de vrijstelling werd ingetrokken, wordt daarvan op de hoogte gebracht.

Als de betrokkende zijn studie, opleiding of stage stopzet om redenen die aan hemzelf te wijten zijn, wordt de vrijstelling stopgezet en wordt zijn dossier aan de controledienst bezorgd.

Met behoud van de bepalingen over verjaring kan de VDAB de beslissing over het al dan niet geven van een vrijstelling in bepaalde gevallen herzien (vergissing, onjuiste of onvolledige verklaringen ?).

Elke gemotiveerde beslissing van de VDAB over de vrijstelling wordt meegedeeld aan de verplicht ingeschreven werkzoekende en vermeldt onder meer de beroepsmogelijkheid, de bevoegde rechtbank, de termijn waarin en de wijze waarop het beroep moet worden ingesteld. Als een beroep wordt ingesteld tegen een beslissing van de VDAB, wordt de RVA daarvan op de hoogte gebracht.

Tot slot kunnen we aanstippen dat de minimumvergoeding die op de beroepsinlevingsovereenkomsten van toepassing is, voortaan minimaal de helft van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (CAO nr. 43 van 2 mei 1988) bedraagt. De vergoeding wordt toegepast in verhouding tot de tewerkstellingsbreuk. Voordien verwees men hier naar het KB van 19 augustus 1998 tot vaststelling van het maximum van de leervergoeding.

In werking

De nieuwe regels treden retroactief in werking op 1 januari 2017.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016 houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, het koninklijk besluit van 11 maart 2003 tot vaststelling van de op de beroepsinlevingsovereenkomst toepasselijke minimumvergoeding en het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, BS 30 januari 2017

Zie ook:
? Decreet van 24 april 2015 houdende de implementatie van de zesde staatshervorming en houdende diverse bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, BS 7 mei 2015
? Besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, wat betreft activering en opvolging van het zoekgedrag, BS 29 januari 2016