Belastingvrijstelling bij schenking van familiale ondernemingen en vennootschappen in Brussel (art. 20-21 en art. 40, § 4, Fiscale Hervorming Brussel 2)

De schenking van familiale ondernemingen en familiale vennootschappen in Brussel is sinds 1 januari 2017 volledig vrij van registratierechten (schenkbelasting), mits een aantal voorwaarden worden vervuld.

Vrijstelling sinds 1 januari 2017

Sinds 1 januari 2017 zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vrijgesteld van het schenkingsrecht (nieuw art. 140/1, Br.W.Reg.; art. 20 en art. 40, § 4, ordonnantie van 12 december 2016):

de schenking van de volle eigendom, de blote eigendom, het vruchtgebruik van de activa die door de schenker of zijn partner beroepsmatig zijn geïnvesteerd in een familiale onderneming. De vrijstelling is niet van toepassing op de verkrijging van onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd;

de schenking van de volle eigendom, de blote eigendom of het vruchtgebruik van aandelen van een familiale vennootschap met zetel van werkelijke leiding in een EER-lidstaat, op voorwaarde dat de aandelen van de vennootschap op het ogenblijk van de schenking voor minstens 50% in volle eigendom toebehoren aan de schenker en zijn familie.

De aandelen van de vennootschap moeten op het ogenblik van de schenking minstens voor 30% in volle eigendom toebehoren aan de schenker en zijn familie als hij en zijn familie aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

hetzij samen met één andere aandeelhouder en zijn familie volle eigenaar zijn van minstens 70% van de aandelen van de vennootschap;

hetzij samen met twee andere aandeelhouders en hun familie volle eigenaar zijn van minstens 90% van de aandelen van de vennootschap.

Aandelen van rechtspersonen komen niet in aanmerking om te worden samengeteld met de aandelen die toebehoren aan de schenker.

Familiale onderneming

Met 'familiale onderneming' bedoelt men in de nieuwe schenkingsregeling: een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf of een vrij beroep dat door de schenker of zijn partner, al dan niet samen met anderen, persoonlijk wordt geëxploiteerd of uitgeoefend.

Familiale vennootschap

Een 'familiale vennootschap' is een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot doel heeft en deze activiteit of beroep uitoefent.
Als de vennootschap niet beantwoordt aan deze definitie, maar minstens 30% van de aandelen houdt van minstens één directe dochtervennootschap die aan die voorwaarde beantwoordt en die haar zetel van werkelijke leiding heeft in een EER-lidstaat, dan wordt ze ook beschouwd als een familiale vennootschap.

Vennootschappen die geen reële economische activiteit hebben, worden uitgesloten van de vrijstelling.

Een vennootschap heeft geen reële economische activiteit als uit de balansposten van haar goedkeurde jaarrekening of goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening van minstens één van de drie boekjaren voorafgaand aan de datum van de schenking blijkt:

dat de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen gelijk zijn aan of lager zijn dan 1,50% van de totale activa; en

dat de terreinen en gebouwen meer dan 50% uitmaken van het totale actief. De begiftigde kan het tegenbewijs daarvan leveren.

Voor de toepassing van de hiervoor vermelde omschrijving wordt verstaan onder:

bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen: de waarde, opgenomen onder de gelijknamige post van de resultatenrekening van de jaarrekening of onder een soortgelijke post van de geconsolideerde jaarrekening. Als een vennootschap geen jaarrekening volgens het standaardmodel naar Belgisch recht hoeft neer te leggen, wordt onder ?waarde? verstaan de waarde die opgenomen is onder de post waaruit alle kosten blijken die naar hun aard als kosten kunnen worden beschouwd voor de tewerkstelling van personeel in dienstverband;

terreinen en gebouwen: de waarde, opgenomen onder de gelijknamige post van de resultatenrekening van de jaarrekening of onder een soortgelijke post van de geconsolideerde jaarrekening. Als een vennootschap geen jaarrekening volgens het standaardmodel naar Belgisch recht hoeft neer te leggen, wordt een soortgelijke post bedoeld die opgenomen is onder de post materiële vaste activa;

totaal actief: de waarde, opgenomen onder de balanspost totaal van de activa van de jaarrekening of onder een soortgelijke post van de jaarrekening of van de geconsolideerde jaarrekening.

Aandelen

Met 'aandelen' bedoelt men in de nieuwe schenkingsregeling:

elk deelbewijs met stemrecht dat een deel van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt;

de certificaten van aandelen, uitgereikt door rechtspersonen met een zetel in één van de EER-lidstaten, ter vertegenwoordiging van aandelen van familiale vennootschappen die aan de gestelde voorwaarden voldoen en waarvan de rechtspersoon de verplichting heeft om de dividenden en andere meerwaarden onmiddellijk en uiterlijk binnen één maand door te storten aan de certificaathouder.

Familie van de schenker of aandeelhouder

Worden beschouwd als 'familie van de schenker of de aandeelhouder':

de partner van de schenker of aandeelhouder, waarbij het begrip partner voor de aandeelhouder op dezelfde manier moet worden geïnterpreteerd als voor de schenker;

de verwanten in rechte lijn van de schenker of aandeelhouder, alsook hun partner, waarbij het begrip partner op dezelfde manier moet worden geïnterpreteerd als voor de schenker;

de zijverwanten van de schenker of aandeelhouder tot en met de tweede graad en hun partners, waarbij het begrip partner op dezelfde manier moet worden geïnterpreteerd als voor de schenker;

de kinderen van broers en zussen van de schenker of aandeelhouder.

Partner

Met 'partner' bedoelt men in de nieuwe schenkingsregeling:

de persoon die op de dag van de schenking met de schenker is gehuwd;

de persoon die op de dag van de schenking wettelijk samenwoont met de schenker (in de zin van boek III, titel Vbis, BW).

Beperking vrijstelling

Een vennootschap die niet aan de definitie van 'familiale vennootschap' beantwoordt, maar minstens 30% van de aandelen houdt van minstens één directe dochtervennootschap die aan die definitie beantwoordt en die haar zetel van werkelijke leiding in een EER-lidstaat heeft, wordt ook beschouwd als een 'familiale vennootschap'.
In dit geval is de vrijstelling beperkt tot de waarden van de aandelen van de vennootschap in de dochtervennootschappen die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot doel hebben en die hun zetel van werkelijke leiding in een EER-lidstaat hebben.

Niet aan de administratie tegenstelbare rechtshandeling

In de nieuwe schenkingsregeling wordt de inbreng van activa in de familiale vennootschap en de beroepsmatige aanwending van activa in de familiale onderneming in het jaar dat de schenking voorafgaat, vermoed een niet aan de administratie tegenstelbare rechtshandeling te zijn (zoals bedoeld in art. 18, § 2, Br.W.Reg.).

Voorwaarden tot behoud

De vrijstelling van schenkingsrechten, vermeld in het nieuwe art. 140/1, § 1, eerste lid, 1°, Br.W.Reg. (art. 20, ordonnantie van 12 december 2016) wordt alleen behouden als de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld:

de activiteit van de familiale onderneming wordt zonder onderbreking voortgezet gedurende 3 jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking;

de onroerende goederen die met toepassing van de vrijstelling zijn overgedragen, worden niet hoofdzakelijk tot bewoning aangewend of bestemd gedurende een periode van 3 jaar van de datum van de authentieke akte van schenking.

De vrijstelling van schenkingsrechten, vermeld in het nieuwe artikel 140/1, § 1, eerste lid, 2°, Br.W.Reg. (art. 20, ordonnantie van 12 december 2016), wordt alleen behouden als de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld:

de familiale vennootschap blijft gedurende 3 jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 140/1, § 2, 2°, Br.W.Reg.;

de activiteit van de familiale vennootschap wordt zonder onderbreking voortgezet gedurende 3 jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking en voor elk van de 3 jaar wordt een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opgemaakt en gepubliceerd volgens de vigerende boekhoudwetgeving van de lidstaat waar de maatschappelijke zetel gevestigd is op het ogenblik van schenking, die ook aangewend is ter verantwoording van de aangifte in de inkomstenbelasting. Ondernemingen of vennootschappen met een maatschappelijke zetel buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, maar binnen België, moeten een jaarrekening of geconsolideerd jaarrekening opmaken en publiceren volgens de vigerende boekhoudwetgeving in België op de datum van de authentieke akte van schenking;

het kapitaal daalt niet gedurende 3 jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking door uitkeringen of terugbetalingen;

de zetel van de werkelijke leiding van de vennootschap wordt niet overgebracht naar een staat die geen deel uitmaakt van de EER gedurende 3 jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking.

De vrijstelling vermeld in artikel 140/1 van het Br.W.Reg. (art. 20, ordonnantie van 12 december 2016) is alleen van toepassing als de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld:

de schenking van de activa of aandelen van de familiale onderneming of vennootschap wordt vastgesteld bij authentieke akte;

de onderstaande formaliteiten zijn nageleefd: de partijen verklaren in de akte of in een vermelding onderaan op de akte dat ze de toepassing vragen van het nieuwe artikel 140/1; als de schenking ook andere goederen omvat dan de goederen, vermeld in het nieuwe artikel 140/1, § 1, geven ze nauwkeurig aan voor welke van de geschonken goederen die deel uitmaken van de familiale onderneming of van het aandelenpakket van de familiale vennootschap, de vrijstelling gevraagd wordt, en voor welke van de geschonken goederen geen vrijstelling gevraagd wordt. Daarnaast moet melding gemaakt worden van: de benaming en het ondernemingsnummer van de familiale onderneming of familiale vennootschap waarvoor de vrijstelling gevraagd wordt; hetzij de activa van de familiale onderneming met een duidelijke omschrijving en verwijzing naar de boekhouding en, als het onroerende goederen betreft, de vermelding of ze al dan niet hoofdzakelijk voor bewoning worden aangewend of zijn bestemd, hetzij het aantal aandelen en de precieze aard van alle aandelen van een familiale vennootschap met enerzijds de vermelding van het aantal aandelen dat in het bezit was van de schenker en van andere bij naam te noemen medeaandeelhouders, en anderzijds de aard van het zakelijk recht dat de schenker en andere bij naam te noemen personen bezitten.

Voor de toepassing van het nieuwe artikel 140/1 en het nieuwe artikel 140/5, § 1, 2°, moet de aanwending of de bestemming van een onroerend goed worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van een kadastraal perceel als dat gedeelte:

ofwel een afzonderlijk huisvesting is,

ofwel een productie- of activiteitenafdeling is die afzonderlijk kan werken,

ofwel een eenheid is die van de andere goederen of delen die het perceel vormen, kan worden afgezonderd.

Controle

Drie jaar na de datum van de authentieke akte van schenking controleert een Brusselse belastingambtenaar (aangeduid door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering) of de voorwaarden voor het behoud van de vrijstelling vervuld zijn. Hij brengt de bevoegde ontvanger op de hoogte. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering bepaalt hoe de ambtenaar op de hoogte moet worden gebracht. Bij niet-vervulling van deze voorwaarden wordt het schenkingsrecht geacht verschuldigd te zijn, berekend tegen het tarief (vermeld in art. 131, Br.W.Reg.), zonder toepassing van de vrijstelling.

Bij niet-vervulling van de voorwaarde vermeld in artikel 140/2, § 2, 3°, Br.W.Reg. (geen daling kapitaal familiale vennootschap gedurende 3 jaar vanaf de datum van de authentieke schenkingsakte door uitkeringen of uitbetalingen) is het schenkingsrecht evenredig verschuldigd tegen het tarief vermeld in artikel 131, zonder toepassing van de vrijstelling.

Als de voorwaarden, gesteld tot behoud van de vrijstelling, niet langer vervuld zijn, wordt het schenkingsrecht geacht verschuldigd te zijn, berekend tegen het tarief, vermeld in artikel 131, zonder toepassing van de vrijstelling.

Attest

Een ambtenaar die is aangeduid door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering reikt het attest uit waarin bevestigd wordt dat aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Het wordt voorgelegd op het moment van de registratie van de schenkingsakte. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering bepaalt de modaliteiten waaronder dit attest aangevraagd, gecontroleerd en verstrekt wordt.

Indien dit attest niet wordt ingediend voordat de rechten opeisbaar zijn, moeten deze rechten tegen het normale tarief worden berekend. In dat geval zijn de rechten geheven omdat partijen het attest niet voorlegden, vatbaar voor teruggave op de manier voorzien in artikel 209 wanneer dit attest neergelegd wordt bij de ontvanger binnen het jaar na de betaling van de belasting.

Begiftigden die de vrijstelling van schenkingsrechten hebben genoten (als bedoeld in art. 140/1, art. 140/2 en art. 140/3, Br.W.Reg.), moeten daarenboven:

vóór de 500ste dag na de datum van de authentieke schenkingsakte een attest bezorgen dat werd afgeleverd door de daartoe door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aangestelde ambtenaar en dat bevestigt dat de vereiste voorwaarden vervuld waren gedurende de eerste 365 dagen die op de datum van de authentieke schenkingsakte volgden;

voor de 865ste dag die volgt op de datum van de authentieke schenkingsakte een attest bezorgen dat werd afgeleverd door de daartoe door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aangestelde ambtenaar en dat bevestigt dat de vereiste voorwaarden vervuld waren tussen de 366ste dag en de 730ste dag die op de datum van de authentieke schenkingsakte volgden.

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering bepaalt de modaliteiten van de aanvraag, de controle en de aflevering van de voornoemde attesten.

Begiftigden die één van deze verplichtingen niet naleven, zijn het schenkingsrecht verschuldigd, berekend tegen het tarief, vermeld in artikel 131, zonder toepassing van de vrijstelling.

Bron: Ordonnantie van 12 december 2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming, BS 29 december 2016 (art. 20, art. 21 en art. 40, § 4)

Zie ook:
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 januari 2017 tot vaststelling van de modaliteiten van het gunstregime toepasselijk op de schenkingsrechten bij overdracht van familiale ondernemingen en familiale vennootschappen, BS 30 januari 2017.